Comic-Con 2017 dag 3: hoe Twilight Comic-Con veranderde

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Bericht vanuit San Diego, van waaruit De Lagarde-redacteur Danielle Kool ons dagelijks bijpraat over het wereldberoemde popcultuurfestival Comic-Con. Vandaag: de erfenis van Bella, Edward en Jacob.

Toen Stephen Moyer in 2008 voor het eerst naar Comic-Con kwam om zijn show True Blood te promoten, zag zijn bezoek er compleet anders uit dan nu. ‘Ik kon nog gewoon rondlopen en zelf iets van de beurs zien’, herinnert de acteur zich tijdens interviews voor zijn nieuwe serie, The Gifted. ‘Het was nog voordat de serie begon, en ik heb er toen nooit bij stilgestaan dat dat misschien wel de laatste keer was dat ik het hier anoniem kon ervaren.’

Zes jaar later bij het zevende en laatste True Blood-panel in 2014 was dat wel anders. Het enorme succes maakte het voor de acteurs van het vampierendrama onmogelijk zich zonder begeleiding in de binnenstad van San Diego te begeven, laat staan zelf hun weg te vinden naar grootste zaal Hall H, waar fans tijdens het panel huilend afscheid namen van de serie.

Ook voor de bezoekers veranderde er in die periode veel. In de jaren na de eeuwwisseling kon je nog bijna elke bijeenkomst gewoon binnenlopen, vertelt een Amerikaanse conventiefan die er al in de jaren 70 bij was (‘Toen moesten we de hal nog delen met de jaarlijkse bijeenkomst voor quilthakers.’). Dat Con-gangers tegenwoordig tot wel 30 uur in de rij staan om bij een panel te zijn, is vooral te ‘danken’ aan een andere titel die in 2008 zijn debuut maakte in San Diego: Twilight.

Het fanatisme van de fans van Robert Pattinson, Taylor Lautner en Kristen Stewart deed de toewijding van de comic- en science fictionliefhebbers van het eerste uur verbleken. De ‘Twi-hearts’ waren vastbesloten een plekje zo dichtbij mogelijk bij Pattinson en Lautner te bemachtigen, en dus stonden de leden van Team Edward en Team Jacob al in het holst van de nacht voor de deuren van het conventiecentrum.

Voor de vaste bezoekers, waarvan de meesten sowieso een wenkbrauw optrokken over de aanwezigheid van zoveel mainstream tienermeisjes, was dit een probleem. Wie eenmaal een stoel in Hall H te pakken heeft, hoeft daar namelijk de rest van de dag niet meer te vertrekken. Dus toen in 2009 James Cameron daar zijn Avatar presenteerde, zat de zaal vol met Twilightfans die reikhalzend uitkeken naar de komst van Bella en Edward uren later, terwijl de mensen die alles wilden horen over het baanbrekende Pandora nog buiten stonden.

Gevolg: ook voor andere panels kwamen fans steeds vroeger opdagen, en de wachtrijtraditie was geboren. De mensen in die rijen lijken zich te hebben verzoend met hun lot: ze maken er het beste van onder hun partytent, in campingstoelen of op opblaasbare zitzakken. Toch groeit er gemor vanuit de bezoekers, bleek ook weer uit de ‘talk-back sessie’ op zondag, waar de organisatie feedback van het publiek vraagt.

Comic-Con schakelde dit jaar 150 ‘rijmanagers’ in, het vijfvoudige van voor de Twilighthype. De organisatie werkt daarnaast al een paar jaar met polsbandjes die de rijen enigszins moeten reguleren, maar op zaterdag doken al de eerste nagemaakte bandjes op. ‘Het tempo waarmee we oplossingen verzinnen haalt het niet bij het tempo waarmee de rijen groeien’, gaf Comic-Con-topman John Rogers toe. ‘Maar we blijven het proberen.’

Positieve feedback van de fans was er ook voldoende zondag. Eén van de bijna 170.000 popcultuurfans die zich vier dagen lang onder een brandende zon op een paar vierkante kilometer begaven zonder noemenswaardige ongeregeldheden vatte het samen in een boodschap aan zijn mede-bezoekers. ‘Ik wil iedereen bedanken. Jullie hebben laten zien dat mensen wel degelijk fatsoen kunnen hebben.’