Come Sunday: evangelist komt tot inkeer

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

In het waargebeurde verhaal dat de film vertelt ligt een mooie boodschap over vergiffenis besloten.

Het is 1998 en de immens populaire evangelist Carlton Pearson (Chiwetel Ejiofor) voelt zelfs tijdens zijn vliegreizen de behoefte om zijn medepassagiers te bekeren. De diepreligieuze conservatieveling is uit hetzelfde hout gesneden als de beroemde televisieprekers, zoals zijn leermeester Oral Roberts (Martin Sheen). Pearson spreekt elke zondag zijn zesduizend trouwe volgelingen in Oklahoma plechtig toe vanaf de kansel. Tijdens een preek noemt hij als voorbeeld van zijn kunnen hoe hij een advocate tijdens een vlucht de kracht van het geloof liet inzien. In de overvolle zaal ontstaat een euforisch spektakel: er wordt gedanst en gezongen. We zien hier de opmaat naar de afgrond.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Pearson besloot op zijn hoogtepunt als spiritueel leidsman zijn koers te wijzigen: hij zag op televisie hoe honderdduizenden mensen in Rwanda omkwamen, en geloofde niet dat velen van hen in de hel zouden belanden (wie in de hemel terecht wil komen moet immers wel in de juiste god geloven). Hij vormde zijn observatie om tot de notie dat de hel niet bestaat; met passages uit de Bijbel als bewijs. Die passages zijn natuurlijk multi-interpretabel, en daar wordt door scenarist Marcus Hinchey (All Good Things) eerder in de film al naar verwezen in een scène waarin een vrouw gewezen wordt op het juist citeren van het Heilige Schrift. Pearson doet dit dus niet, in de ogen van zijn gelijken, en wordt uiteindelijk verstoten door de kerkgemeenschap.

De evangelische bisschop is nu een ketter wiens discipelen hem één voor één verlaten. Vertrouweling Henry (Jason Segel) richt een nieuwe kerk op. De concurrentie in religieland is moordend. Come Sunday laat slim zien wat de implicaties voor religie – of voor evangelische religieuzen – zouden zijn als de hel niet zou bestaan: dan zouden sommige mensen op de zondagochtend, bij gebrek aan consequenties voor hun daden na hun dood, wellicht de golfbaan prefereren boven een bezoek aan een bedehuis. Geen hel is geen geld, geen geld is geen kerk. Het betekent ook: als God inclusief is, dan is er vergiffenis voor iedereen. Eeuwige vergiffenis. Dat is een mooie boodschap die diep besloten ligt in de film, en in Pearsons levensverhaal.

Aanvankelijk lijken de personages in Come Sunday allemaal verliezers. De bovengenoemde Henry zit muurvast in het christelijke dogma; Pearson lijdt met zijn nieuwe religieuze visie aan grootheidswaanzin, en vergelijkt zichzelf met Jezus. En dan is er Reggie (mooie rol van Lakeith Stanfield uit Atlanta): een naïeve supporter van Pearson, die worstelt met zijn seksualiteit. In deze context betekent het natuurlijk dat hij op mannen valt, want dat is in conservatieve kringen altijd een groot drama. Reggie’s nestor is afkeurend: ‘Er is een verschil tussen homo zijn en je als een homo gedragen.’ Maar zodra Pearson door alles en iedereen wordt verguisd, komt ook hij tot een nieuw inzicht: álle kinderen zijn de kinderen van God.

Reggie, die aan aids lijdt, is zijn lichtend voorbeeld geworden. Het kan toch niet zo zijn dat hij omdat hij van de mannenliefde is spoedig zal branden in de hel? Als kijker krijgen we op dat moment de ruimhartige mogelijkheid om de hoofdpersoon te vergeven voor alles wat hij ooit verkeerd heeft gedaan, omdat hij tot inkeer is gekomen. Dat is bijzonder voor een evangelische preker – die trouwens nog steeds preekt. Zo’n vorm van gewetenswroeging zal niet vaak voorkomen in de geschiedenis. Het is dan ook pas tegen het einde van Come Sunday dat deze prachtige humanistische boodschap komt bovendrijven. Want of je nu wel of niet in God gelooft, iedereen verdient vergiffenis.

Come Sunday, vanaf 13 april 2018 op Netflix

Lees ook