West Side Story

Column: West Side Story

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Veel reboots en remakes rieken naar gemakzucht. West Side Story vormt een uitzondering op de regel.

Foto credits: The Walt Disney Company

Toen bekend werd dat Steven Spielberg een eigen variant wilde maken van de musical West Side Story (1957), was ik redelijk sceptisch. Zitten mensen wel te wachten op nog een versie, na de verfilming uit 1961 met Natalie Wood en Richard Beymer?

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Het voelde een beetje als een pronkproject: wat doe je als vermaard regisseur die eigenlijk alles al heeft gemaakt wat hij wilde? Je neemt andermans klassiekers en doet er je eigen plasje over. Het was ook niet de eerste keer dat Spielberg zich aan een adaptatie waagde. Want hadden we nu echt een live-action-versie van Roald Dahls Grote Vriendelijke Reus/The BFG nodig?

Daarnaast zat bij mij de erbarmelijke remake van The Witches (eveneens naar een boek van Dahl) van vorig jaar nog vers in het geheugen. Bezorgde regisseur Robert Zemeckis met Judge Doom (Christopher Lloyd) in Who Framed Roger Rabbit nog miljoenen kijkers jeugdtrauma’s; zijn inspiratieloze herinterpretatie kon niet tippen aan de verfilming van Nicolas Roeg uit 1990.

Wat betreft West Side Story bleek al mijn scepsis – gelukkig! - ongegrond. Het is alsof ik de musical weer voor het eerst beleefde. Het verhaal speelt zich af in de jaren 50 van de vorige eeuw, maar de muziek van Leonard Bernstein (met tekst van Stephen Sondheim) en de dans van Jerome Robbins (hier met hulp van Justin Peck) zijn nog even aanstekelijk en fris als ruim zestig jaar geleden. De gedoemde liefde tussen Tony (Ansel Elgort, Baby Driver) en Maria (Rachel Zegler, in haar filmdebuut) is een variatie op die uit Shakespeares toneelstuk Romeo en Julia, waar de vijandschap tussen twee families voor de twee geliefden een onoverkomelijk obstakel bleek.

Kunnen de Montagues en de Capulets uit Romeo en Julia zich al lang niet meer herinneren waarom ze nu eigenlijk ruzie maken; de witte Jets en de Puerto Ricaanse Sharks, twee rivaliserende straatbendes in New York, weten dit maar al te goed: de strijd om ‘het eigendom’ van de West Side. Toch is dit eigenlijk een puur symbolische en zinloze exercitie. De buurt zoals ze die kennen is sowieso al aan het verdwijnen, en gaat plaatsmaken voor dure appartementencomplexen. Deze vete kent geen winnaars, alleen maar verliezers.

In grote lijnen is het verhaal ongewijzigd; toch zijn er wel subtiele, maar belangrijke verschillen tussen de twee filmadaptaties. Zo liet in de film uit 1961 vooral de casting ernstig te wensen over. Alleen de Puerto Ricaanse Rita Moreno (die voor de film ook nog eens extra donker werd geschminkt) was van de belangrijkste personages ook daadwerkelijk van Latijns-Amerikaanse komaf. Moreno won, samen met de Grieks-Amerikaanse George Chakiris, een Oscar voor beste bijrol. Zij voor de rol van Anita; hij voor die van Bernardo, leider van de Sharks, broer van Maria en vriend van Anita.

Spielberg heeft duidelijk van de fouten van zijn voorgangers geleerd, evenals van de kritiek die kwam op de recentere musical In the Heights, een project van Lin-Manuel Miranda, vanwege de toch nog wat eenzijdige (lees: licht getinte) representatie van de lokale Latijns-Amerikaanse gemeenschap. Zegler is Amerikaans-Colombiaans, David Alvarez (Bernardo) Cubaans, en Ariana DeBose (Schmigadoon!) heeft zowel Puerto Ricaanse, Afrikaans-Amerikaanse als Europese roots.

Eén beslissing maakt deze verfilming ook onverwacht actueel. In de film wordt veel Spaans gesproken (tekst die bewust niet wordt vertaald). Het wordt de sprekers niet in dank afgenomen. ‘Spreek Engels!’, wordt hen meerdere malen toegesnauwd. Ze zijn immers in Amerika. Het land waar iedereen gelijk wordt behandeld. Als je huid de juiste tint heeft en je de juiste taal spreekt tenminste.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Lees ook