Oogappels

Column: Traditionele televisie blijkt toch populairder dan gedacht

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Dat we en masse lineair blijven kijken is desalniettemin geen verrassing.

Foto credit: Mark de Blok / BNNVARA

Afgelopen week berichtte Nu.nl dat streamingdiensten de strijd tegen traditionele televisiezenders nog lang niet gewonnen hebben. De nieuwswebsite vroeg aan Stichting KijkOnderzoek (SKO) hoe de kijkcijfers van traditionele televisiekanalen zich eigenlijk verhouden tot streamers als Netflix en HBO Max. Verrassend genoeg kan daar in het geval van Netflix een eenduidig antwoord op worden gegeven. Waar de streamingdienst in het verleden schimmig was over de kijkcijfers, moeten die tegenwoordig - omdat Netflix wil adverteren en adverteerders die informatie graag willen - gedeeld worden met SKO. Een woordvoerder van de stichting meldde desgevraagd dat ‘ouderwetse televisie het nog steeds wint’ van de nieuwe concurrentie. Erg verrast was ik niet.

Ten eerste omdat er een wezenlijk verschil is tussen een streamingdienst en lineaire televisie. Bij een streamingdienst is het de bedoeling dat je een geprononceerde afweging maakt: je wikt en weegt en kiest een titel die bij je past. Ook als je een algoritme voor je laat kiezen is het nog steeds de bedoeling dat je dan ergens naar gaat zitten kijken. Bij traditionele, lineaire televisiezenders moet je helemaal niets. Televisie is voor veel mensen nog steeds radio met beeld. Bijna als reizen met de metro: je stapt ergens halverwege in, en dan – als de bel gaat of een andere afspraak zich aandient – gaat het apparaat weer uit.

In medias res noemen we dat, in het midden van de zaken. Lineaire televisie is, zoals Amerikaanse critici dat destijds noemden, a companion; een goede vriend. In de jaren vijftig zetten huisvrouwen hun beeldbuis aan zodat er wat geluid te horen was in huis. Tja, klinkt misschien ook een tikkeltje misantropisch, maar zo werkte het wel. Die werking geldt nog steeds voor veel kijkers. Het is niet zonder reden dat tot zo’n twintig jaar geleden een zogeheten standalone-aflevering de vuistregel was. Oftewel: je kon een aflevering van een dramaserie zien zonder de overkoepelende story arc (de belangrijkste verhaallijn) te hoeven weten.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Sterker nog: je kon er dus zo middenin stappen en het nog steeds begrijpen. Dat is precies wat streamingdiensten niet willen, die verlangen van hun kijker dat ze blijven kijken naar een reeks. En dus zijn moderne, bij streamingdiensten geproduceerde, dramaseries heel erg cliffhanger-gericht: het heeft geen zin om slechts een snippet – een snippertje – te zien, je móét alles zien om alles te begrijpen. Irritant? Niet per se. Maar het bewijst wel dat televisiezenders simpelweg een ander aanbod hebben dan streamingdiensten. (Sowieso: ik schreef al eerder dat sport en talkshows nog vrijwel non-existent zijn bij Netflix en consorten.)

Wat betekent dit alles niettemin? Dat we met z’n alleen een heisa maken over streamingdiensten? Nee. Want die streamingdiensten gaan niet meer weg. Je zou wel voorzichtig kunnen stellen dat media misschien ietsjes te veel waarde hechten aan de culturele impact van videoplatforms. Of andersom: dat lineaire televisie wordt onderschat. Wel ironisch dat ik dit opteken: wij hebben zo’n zes jaar geleden ons televisieabonnement opgezegd. Wij kijken niet meer lineair, en zijn eraan gewend geraakt. Maar – en daar komt de grote maar – we kijken nog wel steeds, onder meer via NPO Plus, veel lineaire televisie. On Demand. Dat kan ook gewoon.

Lees ook