Homicide: Life on the Street

Column: oude of nieuwe televisie?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Is er met zoveel nieuwe series ook nog ruimte om af en toe een invloedrijke klassieker van weleer te herkijken?

Het is een onvervalst kip-of-ei-verhaal: kijken we weinig oude televisie omdat streamingdiensten het zo goed als niet aan bieden? Of bieden streamingdiensten weinig oude televisie aan omdat we er toch geen interesse in hebben? Ik weet dat Sex and the City (1998-2004), Friends (1994-2001) en The Sopranos (1999-2007) nog wel regelmatig worden ontdekt en herontdekt. Andere toptitels van toen worden steevast overgeslagen. Dat vind ik jammer. Want wie televisie van vandaag wil begrijpen doet er verstandig aan om eens andere oudere titels te bingewatchen. Maar dat kan dus niet. Of je moet de dvd’s kopen.

In zijn boek The Revolution Was Televised (2012) probeert televisiejournalist Alan Sepinwall te duiden hoe revolutionaire televisie – denk aan Breaking Bad en Buffy the Vampire Slayer – ertoe heeft bijgedragen dat televisie qua medium en kijkervaring ingrijpend is veranderd. Om zijn verhaal kracht bij te zetten gebruikt hij vroegere voorbeelden van wat hij seriële televisie noemt: drama’s en komedies waarbij een verhaallijn uitgespreid is over een aantal afleveringen, of zelfs over een heel seizoen. Denk aan MASH (1972-1983), Hill Street Blues (1981-1987) en Homicide: Life on the Street (1993-1999). Het laatstgenoemde misdaaddrama was trouwens het debuut van David Simon (The Wire).

Enkele jaren geleden, tijdens een broeierige zomer, keek ik alle 122 afleveringen van Homicide met mijn vrouw. Verhalen over een gefictionaliseerde afdeling moordzaken in Baltimore: een stad waar, nog altijd, op vrijwel dagelijkse basis wordt gemoord. Het was spannend, ontroerend en intrigerend. Homicide was begin jaren negentig een van de eerste televisiedrama’s met een diverse cast. De serie gaf acteurs als Melissa Leo en Andre Braugher de kans om te schitteren. Later zagen we ze in andere mooie televisieproducties: Leo onder meer als een bevlogen advocaat in Treme (2010); Braugher speelt natuurlijk de immer hilarische politiecommandant in Brooklyn Nine-Nine (2013-).

Toen Homicide voor het eerst werd uitgezonden was ik zeven jaar oud. De perikelen rondom de rechercheurs zouden dus misschien ietwat stoffig moeten aanvoelen. Maar dat gevoel had ik niet toen ik begon te kijken. Goede televisie blijft goede televisie. Zodoende keek ik de laatste tien jaar regelmatig oude(re) televisie: Twin Peaks (1990), Frasier (1993), Father Ted (1995), Dekalog (1989) en Berlin Alexanderplatz (1980). Het is raar dat we als gemeenschap geen initiatieven hebben om de televisieparels van weleer opnieuw onder de aandacht te brengen, zoals we dat – zie de filmretrospectieven in EYE Amsterdam – met films wel hebben. Dat is een gemiste kans.

Daar lijken wij en de streamingdiensten debet aan te zijn. En het is ook wel een beetje inherent aan de mens: nieuw, nieuwer, nieuwst. Iets proberen als eerste te zien, zodat je het vol trots met je vrienden kan delen; er een mening over kan formuleren. Maar op filmgebied zie ik nu een andere ontwikkeling: filmjournalisten die normaliter de nieuwste films recenseren, hebben nu tijdens de coronacrisis – en dat is óók een tragedie – volop tijd om de klassiekers die ze nooit zagen in te halen. Ik zou dat op het gebied van televisie ook willen aanmoedigen. Hoewel daar wel een prijskaartje aan vast zit: de vijf seizoenen Homicide kosten gezamenlijk zo’n 100 euro bij de meeste webwinkels.

Lees ook