Twin Peaks David Lynch

Column: David Lynch en enigmatische televisie

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Waarom het zo spijtig is dat er in navolging van Twin Peaks: The Return weinig televisie-experimenten zijn verschenen.

Foto credits: Showtime

Afgelopen week las ik de autobiografie van David Lynch, getiteld A Room to Dream, in een ruk uit. In het boek, dat werd uitgebracht in 2018, wisselen journalist Kristine McKenna en de maestro himself elkaar af. Eerst een analytisch hoofdstuk van McKenna; dan een persoonlijke reflectie van Lynch. Wat me vooral opviel, in de hoofdstukken over Lynch’ televisie-epos Twin Peaks, is dat hij eind jaren tachtig bijna per toeval terechtkomt in de televisiewereld. Omdat hij dan, dankzij zijn succes met Blue Velvet (1986), bij wijze van nergens nee op durft te zeggen. Maar dat lag met Twin Peaks: The Return (2017) wel anders…

Laat ik vooropstellen dat David Lynch geen televisiemaker is. Voor het schrijven en produceren van Twin Peaks had hij in de periode 1990-1991 (de eerste twee seizoenen) en 2017 (het derde seizoen) scenarist Mark Frost hard nodig. Sterker nog: Twin Peaks is in zekere zin net zo goed het geesteskindje van Mark Frost, maar dat is een andere discussie. Maar Frost had ervaring met het schrijven van televisieafleveringen; en met het creëren van continuïteit in het verhaal – en precies dat laatste vindt de intuïtieve Lynch eigenlijk niet zo belangrijk; en is in veel mindere mate aanwezig in Twin Peaks: The Return.

Het derde seizoen, volgens sommigen Lynch’ beste werk, is in dat opzicht een contradictio in terminis. Lynch moest rond 2015 uitwijken naar televisie omdat hij geen investeerders meer kon vinden voor zijn speelfilmideeën. Kabelzender Showtime zag wel wat in een vervolg op Twin Peaks, dat intussen al lang en breed was uitgegroeid tot een cultfenomeen. Maar Showtime had niet kunnen bevroeden wat Lynch van plan was. Omdat logica en continuïteit in het verhaal in Twin Peaks: The Return soms bijna non-existent zijn. Antitelevisie noemde ik het ooit. Lynch beschouwde de bijna 18 uur aan beeldmateriaal daarentegen als een film.

Het Franse filmblad Cahiers du Cinema ging hierin mee. Maar deze column gaat niet om die discussie. Maar om de vraag waarom televisiedrama’s, misschien nog wel minder dan films, niet enigmatisch mogen zijn. Twin Peaks: The Return kreeg wisselende recensies en ik had altijd het idee dat een deel van de sceptici gewoonweg vinden dat Lynch’ huzarenstuk een mislukking is omdat het niet voldoet aan de conventies van televisie. Daar zal Mark Frost het misschien ook min of meer mee eens zijn. Een echt afgebakend begin en einde zijn er niet. En de onderliggende boodschap moet je als kijker zelf formuleren.

Er is evenwel een grote colonne aan critici die Twin Peaks: The Return wél omarmen. Ik zie de 18 afleveringen als een anomalie. Een bewijs dat dit óók kan op televisie. En dat het niet uitmaakt hoe je het noemt. Maar wat me vooral bij is gebleven toen ik het boek las is een gevoel van teleurstelling: dat er in navolging van Twin Peaks: The Return maar weinig televisie-experimenten (met Too Old to Die Young als een positieve uitzondering) zijn verschenen. Omdat er ergens voorafgaande aan de productie altijd een producent of wijsneus aan tafel zit die stipuleert: de plot moet wel voortgestuwd worden en laten we er aan het einde ook écht een einde aan breien. Waarop alle abstracte hersenspinsels in de prullenbak verdwijnen. Doodzonde.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Lees ook