No Time to Die

Column: Bond, Jane Bond

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Gaat het nu eindelijk gebeuren, een vrouwelijke James Bond? En moeten we dat willen?

Vanaf het allereerste moment dat Daniel Craig in 2019 aankondigde dat No Time to Die (vanaf 30 september in de bioscoop) zijn laatste optreden als James Bond zou zijn, laaiden – onvermijdelijk – de speculaties op. Want wie zal er in de illustere voetsporen van ’s werelds beroemdste geheim agent treden?

Verschillende namen, met verschillende achtergronden, doen inmiddels al de ronde. Van Tom Hardy (Mad Max: Fury Road), Regé-Jean Page (Bridgerton) en Sam Heughan (Outlander) tot Henry Golding (Crazy Rich Asians), James Norton (McMafia) en – uiteraard – Idris Elba (Luther). Maar wie het ook mag worden, over één ding zijn in ieder geval zowel Daniel Craig als producente Barbara Broccoli het eens: het wordt geen vrouw.

Niet, voor alle duidelijkheid, omdat ze dit niet zouden kunnen, maar eigenlijk gewoon omdat ze beter en meer verdienen. Vrouwen verdienen hun eigen sterke en interessante rollen, aldus Broccoli en Craig, en niet eentje waar ze altijd zullen worden gezien als de ‘vrouwenvariant van…’.

Daarnaast werkt zo’n tactiek – neem een populaire franchise, maar vervang de mannen door vrouwen – vaak averechts. Denk aan de reboot van Ghostbusters uit 2016, of Ocean’s Eight. Het werkt eigenlijk alleen wanneer de genderwissel ook echt meer toevoegt aan het personage dan alleen anatomie. Denk aan de eerste aflevering van What If…? waarin Peggy Carter (stem van Hayley Atwell) Captain Britain een levensvreugde meegaf die je bij Captain America niet zo snel tegenkwam, maar ondertussen nog wel te maken kreeg met discriminatie op de werkvloer. Ook de rollenwissel in de nieuwe tv-serie Scenes from a Marriage voegt een andere dimensie toe: stereotiep of niet, een vrouw die haar kind verlaat voelt toch schokkender dan wanneer een man (zoals in het Zweedse origineel) dat doet.

Dezelfde regel geldt overigens ook andersom. Kan je je een mannelijke versie van Ellen Ripley (Alien) voorstellen? Of een van Sarah Connor (The Terminator)? De laatste Terminator-film, Terminator: Dark Fate, gaf al wel een hoognodige twist aan het klassieke verhaal, waarin het vrouwelijke doelwit (Natalia Reyes) nu zelf in de toekomst uit zal groeien tot de leider van het verzet, in plaats van dat ze een wandelende broedmachine voor de volgende mannelijke messias is.

Een soortgelijke gedachte drong zich aan me op bij het kijken van de nieuwste verfilming van Dune, naar het boek van Frank Herbert. Denis Villeneuve is een meester in het maken van prachtig bombastische plaatjes, maar uiteindelijk zit je toch weer twee en een half uur te kijken naar de zoveelste uitverkoren superspeciale witte jongeman, die voorbestemd is voor grootse dingen, al weet hij dit zelf nog niet.

Hoe anders is dat bij Yorick (Ben Schnetzer) in de serie Y: The Last Man. Hij en zijn mannetjeskapucijnaapje zijn de enige overlevenden van een plaag die alle andere zoogdieren met een Y-chromosoom velde. In tegenstelling tot Dune's Paul (Timothée Chalamet) is Yorick niets bijzonders. Hij had, zoals het er nu naar uitziet, gewoon geluk – of botte pech. Het startpunt voor deze serie is er ook eentje die je je eigenlijk niet andersom kan voorstellen – één laatste vrouw in een wereld van mannen. Althans, niet zonder dat de uitkomst wel heel deprimerend en grimmig wordt.

Tegelijkertijd biedt Y: The Last Man precies waar Daniel Craig in zijn interview om vroeg: veel interessante vrouwenrollen. Van de mysterieuze geheim agent 355 (Ashley Romans) en de capabele interim-president Jennifer Brown (Diane Lane), tot voormalig presidentsdochter Kimberly Campbell Cunningham (Amber Tamblyn), die krampachtig blijft vasthouden aan het idee van witte, mannelijke superioriteit. Wat blijkt? Ook vrouwen kunnen de wereld prima verder naar de kloten helpen. Daar hebben we geen Y-chromosoom voor nodig.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Lees ook