Chernobyl

Chernobyl: nagelbijtend spannende bureaucratie

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De kernramp van Tsjernobyl was één van de grootste door mensen veroorzaakte rampen uit de geschiedenis. Maar de echte horror kwam daarna: in de misdadig incompetente reactie op deze catastrofe.

De allereerste aflevering van de vijfdelige HBO-serie Chernobyl is een frustrerende zit. En dat is ook precies de bedoeling. Na een korte proloog, waarin wetenschapper Valery Legasov (Jared Harris) zijn taperecorder toevertrouwt dat bijna niemand de echte waarheid kent rond Tsjernobyl, springt de serie twee jaar en één minuut terug in de tijd naar die fatale nacht, 26 april 1986 om 01:23 uur, toen kernreactor nummer vier van de kerncentrale in Tsjernobyl tijdens een veiligheidstest explodeerde, met één van de ergste door de mens veroorzaakte rampen als gevolg.

https://www.youtube.com/watch?v=s9APLXM9Ei8

De daadwerkelijke omvang van de ramp was niet direct duidelijk. De omwonenden zagen het als een spektakel en ook de meeste brandweerlieden waren in de veronderstelling dat alleen het dak in de fik stond. Want in die tijd gold: de superieuren weten het altijd het beste, zelfs wanneer de omgeving rond de centrale bezaaid ligt met brokken grafiet, materiaal dat alleen in de kern van de reactor aanwezig is.

Als je al wilt schreeuwen tegen alle goedgelovige omstanders, die net na de ontploffing juist dichter bij de plek van de ramp gaan staan om met hun baby’s en kinderen vol verwondering te kijken naar de bijzondere gloed (een kenmerk van ioniserende straling) van de vlammenzee, terwijl de radioactieve as naar beneden dwarrelt, dan is dat nog niets vergeleken met de wurgreflex die je voelt bij de moedwillige incompetentie van de leidinggevenden (waarvan de meeste hun hoge positie niet hadden verworven door hun kunde, maar vanwege hun loyaliteit aan de Communistische Partij). Voor hen gaat het onfeilbare imago van de Sovjet-Unie boven alles. De gezondheid van de burgers eindigt ergens onderaan op de prioriteitenlijst. Omdat niemand zit te wachten op onnodige paniekzaaierij, worden voor het gemak ook alle telefoonlijnen afgesloten.

‘Ik ben een nucleaire fysicus’, probeert Ulana Khomyuk (Emily Watson) haar meerdere terecht te wijzen, nadat deze haar onverstoorbaar meedeelt dat hij zijn eigen rooskleurige interpretatie prefereert boven haar onheilstijdingen. ‘U bent begonnen in een schoenenfabriek.’ ‘Klopt’, is zijn laconieke antwoord. ‘En nu ben ik de baas. Lang leve de arbeiders!’

Het toppunt is het hoofd van de kerncentrale, die bij hoog en laag blijft volhouden dat de kern niet is ontploft, en dat het hier slechts milde straling van vervuild koelwater betreft. Hun röntgenmeters meten immers ‘slechts’ 3.6 röntgen per uur (de waarde van ongeveer vierhonderd röntgenfoto’s). Wat hij er vergeet bij te zeggen is dat dat de maximale waarde is die hun meters af kunnen lezen. Wanneer een sterkere meter direct kortsluit wijt hij dit aan ‘inferieure’ apparatuur. Hij blijft dit allemaal stug volhouden, zelfs wanneer hij, door de lange blootstelling, zijn hele maaginhoud over de vergadertafel kotst. Is het karma? Nee, radiatie.

Pas twintig uur na de ontploffing is er een superieur (Stellan Skarsgård) die – heel schoorvoetend – wil inzien dat het echt ernst is. Dan is de directe omgeving van de kerncentrale al blootgesteld aan een hoeveelheid straling equivalent aan veertigmaal Hiroshima, zo legt Legasov fijntjes uit. En er ligt zelfs nog een grotere catastrofe op de loer, mochten de andere drie reactoren door de opgehoopte stoom ook ontploffen.

Het is niet vaak dat bureaucratie zo nagelbijtend spannend is. Veel is daarbij te danken aan het script van Craig Mazin en de regie van Johan Renck, die, naast afleveringen van Bloodine en Breaking Bad ook videoclips voor onder anderen Madonna, Beyoncé en David Bowie (zijn laatste twee singles) schoot. Componiste en celliste Hildur Guðnadóttir (A Hijacking, Sicario 2, Tom of Finland, de aankomende Joker-film) weet met een paar noten een onheilspellende sfeer neer te zetten. Maar niets is onheilspellender dan het achtergrondgeluid van de constante radioactieve ruis.

Net als in The Terror heeft Jared Harris in Chernobyl de ondankbare taak om zijn onwillige lotgenoten de harde feiten onder ogen te laten zien. Maar het is niet de enige overeenkomst met die sterke psychologische horrorserie (te zien bij Amazon Prime Video). Adam Nagaitis, Harris’ aartsvijand in The Terror, maakt in Chernobyl eveneens zijn opwachting, als gedoemde brandweerman. Ook de dreigende soundtrack en de korte momenten van afschrikwekkende horror doen terugdenken aan de eerdere serie. In Chernobyl zien we de lichamen van de zwaarstgetroffen slachtoffers bijna letterlijk uit elkaar vallen (het slachtoffer van de hoofdzonde gemakzucht in Se7en zag er beter uit).

Maar het meest effectieve staaltje horror volgt aan het einde van aflevering twee, wanneer drie vrijwilligers in de half ondergelopen kerncentrale met de waterleidingen in de weer moeten. De kennis van de kijker dat deze drie vrijwilligers na hun heldhaftige taak waarschijnlijk binnen een week aan de stralingsziekte zullen bezwijken – en dus weinig zullen hebben aan de aan hun beloofde maandelijkse bonus – is al erg genoeg. Dan vallen de batterijen van hun zaklampen, door toedoen van de straling, één voor één uit.

Chernobyl, vanaf 7 mei 2019 wekelijks bij Ziggo Movies & Series.

Lees ook