Hoe beroemd worden de Boer zoekt vrouw-boeren in Canada?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Boer zoekt vrouw internationaal doet Canada aan, waar veel Nederlanders wonen. Ze hebben er hun eigen krant. ‘Zo'n Boer zoekt vrouw-boer staat volkomen buiten de gemeenschap.’

De tweede generatie heeft absoluut geen interesse in Nederlandse tradities en cultuur. Dat staat als een paal boven water.’ Je hoort wel eens zeggen dat Nederlanders zich maar moeilijk aanpassen in den vreemde, met hun pindakaas en hagelslag, maar de geschiedenis van de Nederlands-Canadese gemeenschap vertelt een ander verhaal. Theo Luykenaar (70) kent het als geen ander. Vijfentwintig jaar lang was hij uitgever en eigenaar van het oudste Nederlandstalige blad van Noord-Amerika: De Nederlandse Courant. Drie jaar geleden verkocht hij zijn belangen, maar nog steeds doet hij schriftelijk verslag van hetgeen zich onder Hollanders in Canada afspeelt. Vanuit zijn woonplaats Burlington, niet ver van Toronto, staat de gepensioneerde zakenman ons via de telefoon te woord. Op de vraag of Boer zoekt vrouw-boer Riks uit Saskatchewan, geboren in het Drentse Kerkenveld, een bekend figuur is onder de Nederlands-Canadezen, kan Luykenaar kort zijn: nee. ‘Zo’n man staat volkomen buiten de gemeenschap. In de provincie Saskatchewan wonen maar weinig Nederlanders. Overigens wordt een televisieprogramma waarin een boer uit een stel vrouwen kiest niet gewaardeerd, want ze zijn hier vrij calvinistisch en conservatief. Al zou het feit dat die Riks meedoet wel nieuws zijn voor ons.’

Dat De Nederlandse Courant bij ­Luykenaar belandde, is feitelijk te danken aan koningin Beatrix en prins Claus. Het koninklijk paar bracht in 1988 een negendaags staatsbezoek aan Canada en Luykenaar was gevraagd om een Oranje­feest te organiseren. Hij werkte op dat moment als zelfstandig adviseur op het gebied van arbeidsrecht en via een van zijn belangrijkste klanten, Heineken, ontmoette hij de Nederlandse consul-generaal. Die vroeg hem te helpen. ‘Ik woonde al twintig jaar in Canada en had bijna nooit iemand van Nederlandse gemeenschap ontmoet,’ vertelt Luykenaar. ‘Ik was honderd procent Canadees, net als mijn Nederlandse vrouw en mijn drie in Canada geboren zonen.’
Terwijl hij het feest op poten zette in de tuinen van The Royal Botanical Gardens, tussen Hamilton en Burlington, kwam de zakenman in aanraking met een ander Nederlandstalig fenomeen waarvan hij nooit gehoord had: De Nederlandse Courant. Die krant verscheen al sinds 1953 elke twee weken en werd bij een paar duizend abonnees thuisbezorgd in heel Canada, vooral in de provincies Ontario (waarvan Toronto de hoofdstad is) en British Columbia (Vancouver). De krant richtte zich op de Nederlandse gemeenschap en was zodoende uitermate geschikt om reclame te maken voor het Oranjefeest. Toen Luykenaar na het staatsbezoek – dat vanwege een anderhalf uur durende wandeling door de botanische tuinen met Beatrix en Claus een diepe indruk op hem had gemaakt – vernam dat de krant te koop was, hoefde hij niet lang na te denken.

De inhoud van De Nederlandse Courant valt uiteen in twee delen: nieuws uit Nederland en nieuws uit de Nederlands-Canadese gemeenschap. Luykenaar: ‘Toen ik de krant in 1990 overnam, bleek er voor het Nederlandse nieuws een regeling te zijn getroffen met De Telegraaf. Wanneer een toestel van KLM uit Amsterdam in Toronto arriveerde, was er altijd een exemplaar apart gelegd voor ons. Elke week ging ik of een van mijn zonen zeven kranten ophalen. Die lazen we op kantoor, en de interessantste artikelen knipten we uit. Dat vond ik leuk: heel voorzichtig woorden als “gisteren” en “vorige week” weghalen om de stukken niet te gedateerd te laten lijken, en dan alles opnieuw zetten. Het was knip- en plakwerk. Tegenwoordig gaat dat natuurlijk digitaal.’

Voor het nieuws uit de Nederlands-Canadese gemeenschap stelde Luykenaar een speciale verslaggever aan, een community editor. Die rapporteerde over klaverjastoernooien, Friese of Brabantse Dagen, Sinterklaasfeesten, Nederlandse verenigingen en bejaardentehuizen. ‘Er waren zes klaverjastoernooien per jaar, waar soms wel tweehonderd mensen op afkwamen, van heinde en verre. Het merendeel lezers van De Nederlandse Courant, waarin de toernooiorganisatie had geadverteerd. Er was altijd een grote tombola en een Hollandse keuken, met haring en kroketten. De erwtensoep en de huzarenslaatjes waren heel gewild.’ Sinds de verslaggever tien jaar geleden stierf, gaat Luykenaar zelf op pad. ‘Heden ten dage komen er misschien zestig klaverjassers, en er zijn nog maar drie toernooien over.’ Vaste prik is de jaarlijkse klucht van de Nederlandse theatergroep in Woodstock, maar ook bekende Nederlanders die Canada aandoen, kunnen rekenen op belangstelling. Luykenaar sprak in de afgelopen jaren met Geert Wilders (‘heel prettig om mee te werken’), André Rieu (‘fantastische kerel’) en verschillende ministers. Ook ging hij tweemaal op bezoek bij Evert van Benthem, de oud-Elfstedentochtwinnaar die zeventien jaar geleden naar het westen van Canada vertrok om een melkveehouderij te beginnen. ‘Een klein, dapper mannetje. Hij woont vlakbij een groot meer, Sylvan Lake, dat elke winter bevriest. Hij kwam op het idee om op dat ijs een soort Elfstedentocht te organiseren, compleet met nagebouwd bruggetje van Bartlehiem. Ik vond het zo leuk, dat ik de bijna drieduizend kilometer erheen ben gevlogen en een hele fotoreportage voor de krant heb gemaakt. En het jaar erop weer. Ze schaatsten er nog steeds.’

In de vroege jaren 90 beleefde De Nederlandse Courant een bloeiperiode. Een belangrijke reden daarvoor was de deal die Luykenaar wist te sluiten met de uitgever van de damesbladen Libelle en Margriet. Hij sloeg de niet-verkochte exemplaren in die na een week toch zouden worden vernietigd en haalde ze naar Canada. ‘Via De Nederlandse Courant konden we abonnementen aanbieden die eerst drie- à vierhonderd Canadese dollar per jaar kostten, maar nu onder de honderd dollar. Goedkoper dan een abonnement in Nederland. In elk nummer vouwden wij twee gedateerde, maar gloednieuwe Margrieten of Libelles. We kregen subsidie van de overheid omdat we ons op een etnische groep richtten, en zo konden we het hele pakket goedkoop versturen.’ Het bleek een gouden greep. De omzet steeg van 80.000 naar 270.000 dollar. Ook het aantal abonnees nam toe: van een kleine 2500 in 1990 tot 5000 vier jaar later. Het geschatte bereik lag ergens tussen de 15.000 en 20.000, omdat veel ontvangers – Hollanders, tenslotte – de krant doorgaven.

Een tweede verklaring voor de toegenomen populariteit van De Nederlandse Courant was de weinig kritische toon. Voormalig eigenaar Luykenaar windt er geen doekjes om. ‘Ons beleid is: geen negatief nieuws over Nederland. Keeping Dutch culture alive in Canada is onze leus, en dat is niet voor niets. Toen de vliegramp bij Faro plaatsvond in 1992, met een toestel van Martinair, zat ik als uitgever met een dilemma. Martinair was destijds al jaren onze grootste adverteerder. Andere waren reisbureaus en Hollandse winkels in Canada. Kijkend naar die groepen besloot ik om niet over de ramp te schrijven. Wel hebben we gepubliceerd over de rouwdienst die naderhand in Nederland werd georganiseerd, in een klein stukje. Daarop werd ik gebeld door de directeur van Martinair in Canada. “Theo, dank je,” zei hij. Er volgde geen gesprek, maar ik begreep wat hij bedoelde. Martinairs dankbaarheid werd uitgedrukt met een gratis vlucht.’ Luykenaar geeft toe dat het de krant meer om haar lezerschare gaat dan om eerlijk nieuws. ‘We schrijven ook niet over homo’s, zoals jullie kranten dat doen. Of over euthanasie, of over iets seksueels. Als we daarover publiceerden, zouden vooral de gereformeerde abonnees de krant opzeggen.’ Wat wel goed valt: de Tweede Wereldoorlog. ‘Onze lezers zijn gek op oorlogsverhalen. En op het koningshuis! Ze zijn bijzonder Oranjegezind.’

Of er toekomst is voor De Nederlandse Courant, valt te bezien. Toegegeven, de concurrentie is gedecimeerd: in de jaren 50 werden in Canada nog een stuk of vijf Nederlandstalige publicaties verspreid, nu bestaat alleen maandblad De Krant nog. De Nederlandse gemeenschap in Canada, vooral gevormd door emigranten uit de jaren 50 en 60, wordt echter ouder en kleiner. De oplage van de krant ligt weer rond de 2500. De omzet is meer dan gehalveerd, verklapt Luykenaar, en uitgever Sanoma heeft de deal met Libelle en Margriet een ­aantal jaren geleden opgezegd. Onder Bas Opdenkelder, de nieuwe uitgever, is het aantal edities noodgedwongen teruggebracht van 25 naar 12 per jaar. ‘We zitten in ons 64ste jaar van bestaan en hebben nog steeds een stem voor de Nederlanders die in Canada wonen,’ mailt Opdenkelder. Maar verder valt er ‘weinig exciting nieuws te vertellen,’ geeft hij toe. Steeds vaker wijkt het Nederlands in de krant voor het Engels.
‘Ik denk dat de Nederlands-Canadese gemeenschap zoals we die nu kennen nog maar een jaar of tien te gaan heeft,’ zegt Luykenaar. ‘Weet je, wij zijn naar Canada gekomen om Canadees te worden, niet om Nederlands te blijven. De meeste Nederlanders hier hebben succes gehad, en hun kinderen ook. De kleinzoon van een vriend van mij zit in het Canadese volleybalteam – die bekommert zich niet om Nederland.’ Toch, schiet hem te binnen, is er één grote uitzondering. ‘Als het Nederlands elftal een EK of WK speelt, en sommige cafés transformeren tot een sports bar waar je op grote schermen naar de wedstrijden kan kijken, dan zie je mensen die je anders nooit in de gemeenschap ziet. Opeens zijn ze weer even trotse Nederlanders, vaak in het oranje gekleed. Dat is erg leuk. Maar als ik daar een paar gratis kranten neerleg, levert dat geen enkel abonnement op.’

12 februari, NPO 1, 20:20 uur.

Lees ook