On Body and Soul: een onconventioneel liefdesverhaal in een gruwelijke setting

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Achttien jaar na haar laatste succesvolle film levert regisseur Ildikó Enyedi met On Body and Soul opnieuw een hoogstandje af.

Zo poëtisch als On Body and Soul begint, met twee herten in een sneeuwlandschap die samen grazen en uit beekjes drinken, zo hard is de tweede scène. Nee, de idylle van de herten wordt niet opgeschrikt door een schot uit het geweer van een jager – hoewel we als kijker zo geconditioneerd zijn dat je het bijna verwacht. Regisseur Ildikó Enyedi neemt ons in plaats daarvan mee naar een abattoir waar we getuigen zijn van de minutieuze slacht van een koe. Hoe deze, nietsvermoedend in een machine wordt geperst, waarna we een close up krijgen van zijn oog, onschuldig als dat van een hert, alvorens het beest een schot krijgt, van de band valt en wordt opgetild door een kraan. Vervolgens wordt het hoofd eraf gesneden en sijpelt het bloed in liters en liters op de stenen vloer.

Het begin van On Body and Soul is niet voor mensen met een gevoelige maag en ook vegetariërs moeten de film misschien mijden – of de ogen sluiten bij scènes als deze. Want er zijn er meer van. De film speelt zich grotendeels af in een slachthuis in Boedapest. Een modern slachthuis wel te verstaan, waar beesten zo min mogelijk pijn zouden moeten hebben (hoewel op de aftiteling niet zonder ironie wordt vermeld dat ‘sommige dieren verwond zijn geraakt tijdens het filmen, maar niet ten behoeve van de film’), waar alles is gecontroleerd en waar mensen werken die bestand lijken tegen een stootje, maar ondertussen veel gevoeliger zijn dan hun uiterlijk en handelen doen vermoeden.
In de persmap die On Body and Soul begeleidt, zegt regisseur Enyedi dat ze gefascineerd is door wat er achter de façade van mensen schuil gaat. ‘Als ik op straat loop en naar gezichten kijk, dan weet ik dat zelfs achter de saaiste, domme, onhandig ogende mensen, een wonder kan schuilen. Ik wil dat gevoel delen, niets aan de oppervlakte, but boy, so much inside.’ Toch zijn haar twee hoofdpersonen op het eerste gezicht zeker geen saaie of dom ogende mensen. Maria (Alexandra Borbély) is een vrouw waar je bijna doorheen kunt kijken, zo licht zijn haar huid en haren en zo schichtig is haar blik. Ze heeft iets weg van een geest en zo beweegt ze zich ook een beetje. De eerste keer dat Endre (Géza Morcsányi), de manager van het slachthuis waar Maria een zwangere kwaliteitscontroleur vervangt, haar ziet, staat ze in de koffiepauze alleen naast een paal. Terwijl haar collega’s twee meter verderop kletsen en lachen, doet zij nog een stapje achteruit, zodat ze wegvalt naast de paal. In de kantine gaat ze het liefst in haar eentje zitten, haar werk neemt ze uiterst serieus, waarbij ze tot de schrik van haar collega’s, heel strikt met de regels omgaat: als het vlees maar een grammetje meer vet heeft dan toegestaan, keurt ze het af. Het maakt haar al snel tot onderwerp van spot. Maar Endre, eveneens niet de meest extraverte persoon op aarde – hij is dan wel de baas, maar laat zich amper op de werkvloer zien – is gefascineerd door de vrouw en heel voorzichtig, stapje voor stapje, zoeken ze toenadering tot elkaar.

On Body and Soul is in zijn hart een liefdesverhaal, maar wel een zeer onconventionele. Enyedi, die met de film de Zilveren Beer won op het filmfestival van Berlijn, is niet het type van een eenvoudig boy meets girl story. Haar film is gelaagd, mysterieus, vreemd, maar zit ook vol subtiele humor. Zo blijkt dat de herten, die steeds terugkomen, deel uitmaken van de dromen die Enre en Maria blijken te delen. Daar komen ze achter als een psycholoog alle werknemers van het bedrijf screent, nadat er een Viagra-achtig middel voor dieren uit de medicijnkast is verdwenen (en gebruikt bij een seksueel getinte avond). De psycholoog is een voluptueuze vrouw, met een sensuele mond die de werknemers vraagt naar dingen als hun eerste seksuele ervaring en hun dromen. Als zowel Maria als Endre haar vertellen over dat ze in de sneeuw grazende herten zijn, denkt ze dat de twee haar voor de gek houden, maar voor henzelf is dat het begin van hun ontdekking van elkaar en zichzelf: Maria die duidelijk een compulsieve stoornis heeft, probeert bij haar gevoel te komen, bijvoorbeeld door te voelen hoe aardappelpuree voelt en door voor het eerst in haar leven naar porno te kijken. Ook Endre, die al jaren alleen woont, maar wel eerder getrouwd is geweest en een volwassen dochter heeft, probeert op zijn beurt terug bij zijn gevoel te komen. Als hij op een gegeven moment toch denkt dat hij het niet aandurft met haar, komen we bij een van de enerzijds onvergetelijke, anderzijds misschien te dramatische scènes in de film, waarbij ze op het nummer ‘What He Wrote’ van Laura Marling een zelfmoordpoging doet, die wat betreft gruwelijkheid aansluit bij wat er in het abattoir met de dieren gebeurt. Gelukkig is Borbély een uitstekende actrice waardoor de scène net niet over het randje gaat. Bijzonder is overigens dat haar tegenspeler geen geschoolde acteur is, maar een in Hongarije bekende uitgever van boeken.

Regisseur Enyedi heeft de laatste achttien jaar niet veel films gemaakt. Wat daar precies de reden voor was, is niet helemaal duidelijk. Het was in elk geval niet de ontvangst van haar laatste ‘grote’ film, want ook My Twentieth Century (1989) was destijds goed voor uitstekende kritieken en won onder meer de Palm ‘d Or in Cannes. In de persmap is te lezen dat de regisseur het gebedel om geld te intensief vond en de afgelopen jaren vooral voor televisie werkte, waar ze onder meer de Hongaarse versie van In therapie regisseerde.

Het is te hopen dat ze vanaf nu weer vaker films gaat maken, want het zijn dit soort pogingen die de kracht van het medium benadrukken. Een film die met recht gaat over lichaam en ziel.

Vanaf 14 december in de bioscoop.

Lees ook