Bioscooppremière: The Predator

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Geestige hommage aan de eerste Predator-film uit 1987, geregisseerd door de man die destijds het eerste slachtoffer van het ruimtebeest speelde.

'Hoe zit dat eigenlijk met die dreadlocks?', vraagt één van de personages uit The Predator terloops na afloop van een bloedig gevecht met een predator. En inderdaad, dat vraagt iedereen zich al drie films lang af - vijf films als je de zeer matige Alien vs Predator-films meetelt - maar waarom zou je? Waarom hebben de buitenaardse predators van die rare dreadlocks, waarom zien ze eruit als mensen ('a guy in a suit', zoals dat onder de makers en liefhebbers van sciencefiction monsterfilms meewarig heet) en wat willen ze nou eigenlijk? Zeker is dat de predators in hun ruimteschepen regelmatig de aarde bezoeken, dat de Amerikaanse regering op de hoogte is van dat feit en dat deze aliens geen ander doel lijken te hebben dan mensen mollen. Het is een ongelijke strijd, want de predators hebben technologie om zichzelf onzichtbaar te maken en een enorm gaaf ruimteharnas dat ze vrijwel ongevoelig maakt voor kogels. Ook hebben ze een smoelwerk dat zo afgeladen is met tanden dat het een wonder is dat ze ooit iets binnenkrijgen.

Uit de eerste film, Predator uit 1987, konden we al opmaken dat het eigenlijke doel van de predators misschien gewoon lol is: ze houden van de jacht. In The Predator, een propvolle film van regisseur Shane Black (The Nice Guys, Iron Man 3), wordt bekend dat de predators naast het slopen van mensen als tijdverdrijf ook nog een andere reden hebben voor hun bezoekjes, die we hier maar weglaten wegens spoilers. Hoewel het plot vrij dunnetjes en relatief onbelangrijk is; The Predator is een ouderwetse monsterfilm en een warme hommage aan de eerste film, waarin zeer veel wordt geschoten door een samengeraapt clubje beroepsmilitairen, een heleboel kameraadschappelijke gevoelens optreden, een klein jongetje een band opbouwt met zijn afwezige vader en een hele hoop behoorlijk grappige grappen worden gemaakt. Regisseur Shane Black neemt de boel niet al te serieus en dat werkt bevrijdend; je zou de film ook een actie-komedie kunnen noemen en hoewel dat The Predator een beetje bipolair maakt, is deze rare mix van geweld en humor in een scifi-setting vaak erg amusant.

Het verhaal is eenvoudig: Quinn McKenna (Boyd Holbrook uit Narcos) is een sluipschutter van het Amerikaanse leger en toevallig ter plekke als een schip van de predators in de jungle crasht. Hij weet een predator te verwonden en stuurt een paar stukken predator-harnas per post naar huis en wordt vervolgens door zijn werkgever naar het gekkenhuis afgevoerd, omdat niemand mag weten dat de aarde voortdurend door aliens wordt bezocht. Dr. Casey Brackett (Olivia Munn) is een expert op het gebied van evolutie-biologie en zij wordt wel volledig ingelicht (in scifi-films licht het leger altijd professoren van hun bed als er aliens arriveren, zie ook Arrival, nu op Netflix) en uitgenodigd in een prachtig vormgegeven lab - het mooiste ondergrondse geheime overheidslab uit de recente filmgeschiedenis - waar de gewonde predator inmiddels in volle glorie baadt in het tl-licht; Shane Black is zo sportief om de predators in deze film van top tot teen zichtbaar te maken en ze zijn inderdaad schaamteloos 'a guy in a suit', maar wel een ontzettend mooie suit.

Als Quinn McKenna in een busje vol getraumatiseerde militairen naar een gesticht wordt gebracht, verzoekt Dr. Brackett om zijn aanwezigheid (hij is de enige getuige tenslotte) en dus rijdt het busje langs het lab. Daar breekt eerst de predator en derhalve ook de pleuris uit, waarna de militairen in het busje ook ontsnappen, en zo begint een gevecht op leven en dood tussen de predator en de militairen plus Dr. Brackett, die opmerkelijk goed met wapens om kan gaan. De predator blijkt op zoek naar zijn harnas, inmiddels via de post in het bezit van het autistische zoontje van Quinn McKenna, waardoor de actie zich naar dat ventje verplaatst. Aldus worden gevechten afgewisseld met vader-zoon-moeder emoties (de moeder is Yvonne Strahovski, Serena uit The Handmaid's Tale, en haar rol is jammerlijk klein) en de soms hilarische en soms nogal flauwe gesprekken tussen de ietwat gestoorde militairen, die ondanks hun post-traumatische stress nog prima  kunnen schieten.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

De finale van The Predator is, ondanks reshoots, zo volkomen over-the-top onwaarschijnlijk dat het wel weer geinig is en als geheel werkt de film prima als je enigszins vergevingsgezind kijkt. Iedereen die met het origineel is opgegroeid doet dat dat zeker; als hommage aan Predator uit 1987 is de film geslaagd, zonder te vervallen in nostalgie. De regisseur is wat dat betreft een expert, want hij speelde als acteur mee in het origineel en was daarin zelfs de eerste die werd gedood door het brute buitenaardse monster met de dreadlocks.

The Predator draait vanaf 13 september in de bioscoop

Lees ook