Bioscooppremière: My Generation

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Stampvolle ego-documentaire over de 'swinging sixties' in Londen door de ogen van acteur Michael Caine, die iedereen kende en overal bij was.

Wanneer je na anderhalf uur kijken opstaat, ietwat duizelig door de scheepslading razendsnel gemonteerd achief-materiaal, is de overheersende gedachte: wat leuk waren de jaren zestig in Londen. Nogal onschuldig allemaal, fris en vrolijk, minder gecompliceerd en gestrest dan nu. Aanvankelijk tenminste, voordat de drugs alles verpestten, en dan vooral als je een man was.

Michael Caine is één van die mannen en met zijn vrienden van toen - de Stones, The Beatles, The Who en vrouwen als Marianne Faithfull, fashion-icoon Mary Quand (die van de minirok en de hotpants) en topmodel Twiggy - bespreekt hij die tijd, waarin veel zaken en vrijheden die wij vanzelfsprekend vinden - popcultuur, seks voor het huwelijk, mode, het niet meer opkijken tegen de kerk en de regenten - moeizaam zijn bevochten. Daarvóór, zo schijnt het, was het ook in Nederland een vreselijk benepen, dooie boel en waren de dominee en notabelen gewoon nog de baas. In My Generation zien we hoe dat in het Verenigd Koninkrijk, veel meer een klassenmaatschappij dan de onze, nog veel erger was. Caine's verhaal gaat over emancipatie: hoe arbeiderskinderen als hij, Twiggy en The Beatles erin slaagden om over de klassengrens heen te springen en carrière te maken in de kunst en media, tot dan toe voorbehouden aan de elite van de 'upper class'.

Naast alle geweldige beelden en de herinneringen van popmusici als Roger Daltrey, Marianne Faithfull, Paul McCartney en Donovan en kunstenaar David Hockney en fotograaf David Bailey, is de breuk met het verleden die de jaren zestig veroorzaakten het meest indrukwekkend. Een maatschappij waarin een 'lower class' jongen als Michael Caine met zijn Cockney-accent geen schijn van kans maakte in de filmwereld en waarin de nieuwslezers van de BBC in driedelig pak het radio(!)-nieuws voorlazen, werd in enkele jaren overspoeld door jeugdcultuur, popmuziek, radiopiraten, popart en vrijgevochten types die vanuit het hele land naar de clubs en kunstacademies van Londen trokken. Daar troffen ze elkaar altijd op feesten en face to face, want contact via mobiel en internet bestond niet.

Het gevolg was een creatieve explosie die prachtig is om te zien. Vooral in de eerste helft van de film is het fascinerend om de beroemdheden die de tijd meemaakten erover te horen praten met Caine. In de tweede helft van de film, waarin Vietnam en drugs de boventoon voeren, is het verhaal te (over)bekend, maar de eerste helft is vaak verhelderend, omdat je het prille begin van de emancipatie van het volk - en vooral de jeugd - zo duidelijk en spannend krijgt opgedist door Caine en zijn vrienden, die zich niets aantrokken van de diepe afkeuring en tegenwerking van het establishment.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Niet dat het allemaal geweldig was; het valt vooral op dat de heren blijkbaar net zo seksistisch waren als hun burgerlijke vaders. De vrouwen hadden in de sixties vooral de taak om een beschikbaar lekker wijf te zijn, krijg je de indruk. Maar zij waren daar zelf blijkbaar vaak best vrolijk onder, als je Twiggy en Marianne Faithfull zo hoort praten. Maar zij behoorden dan ook al gauw, net als Caine en zijn mannelijke vrienden, tot een nieuwe bovenlaag van succesvolle, rijke, mooie, en zeer getalenteerde mensen.

Voeg bij dit verhaal een fantastische soundtrack en een zeer kunstige montage, en je hebt een swingend en prettig flitsend beeld van een tijdperk waarin veel  veranderingen die we nu normaal vinden begonnen, maar dat desondanks zelf onherkenbaar anders is dan het onze.

My Generation draait vanaf 31 december in de bioscoop

Lees ook