Bioscooppremière: The Day Will Come

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Een duivels goed geacteerd Deens weeshuis-drama dat je ziel verschroeit en helaas nog waar gebeurd is ook.

Een duivels goed geacteerd Deens weeshuis-drama dat je ziel verschroeit en helaas nog waar gebeurd is ook.

Dat Lars Mikkelsen je de grond in kan acteren, weten we sinds hij de Russische President en Charles Magnussen speelde in respectievelijk House of Cards en Sherlock. Maar in The Day Will Come slaat hij echt alles – ook letterlijk – als de intens afschuwelijke weeshuis-directeur Frederik Heck, een man met het hart van een pad, ogen als dolken en handen als mokers. Heck heeft één eigenschap die erger en enger is dan al zijn andere: hij denkt oprecht dat zijn schrikbewind goed is voor de jongens die aan hem zijn uitgeleverd. Lerares Lillian, gespeeld door Sofie Gråbøl (Sarah Lund in The Killing) is de enige aardige volwassene in weeshuis Gudbjerg maar kan absoluut niet tegen Heck op. De jongens zijn kansloos.

Het verhaal speelt zich af in 1967. De broertjes Erik en Elmer worden afgevoerd naar Gudbjerg omdat hun vader zelfmoord heeft gepleegd en hun moeder doodziek is. Erik is de oudste en een klassieke rebel, Elmer is jonger en een klassieke dromer. Al snel ervaren de jongens dat ze net zoveel te vrezen hebben van de leraren als van de sadisten onder de andere kinderen. De dagen op Gudbjerg bestaan uit hard werken op het land, het eindeloos schoonmaken van de gebouwen en de lessen van juffrouw Lillian. Sommige jongens hebben nog ouders en wachten tevergeefs totdat die ze komen verlossen; de jongens zonder ouders weten al zeker dat ze tot hun vijftiende vastzitten in deze kindergevangenis. Overal breekt de flower power uit, maar in Gudbjerg heersen de gebruiken van de negentiende eeuw; het is soms alsof je naar een Dickens-verfilming zit te kijken, zo armoedig, ouderwets en barbaars is het regime van Heck en zijn mannelijke collega's. Lijfstraffen zijn al officieel verboden in Denemarken, maar de kinderen worden desondanks stelselmatig vernederd en in elkaar geslagen. Wie in zijn bed plast, moet naakt op het schoolplein zijn laken in de wind houden tot het droog is, ook in de winter. Wie wegloopt, wordt gestraft door een rituele afranseling door de medeleerlingen. De kinderhel, kortom.

Dat The Day Will Come desondanks verteerbaar blijft, komt door de sympathieke en bizar goed acterende broertjes (de acteurs zijn 10 en 11). Vooral Elmer, de dromer die astronaut wil worden en zichzelf overeind houdt met ruimtevaart-fantasieën en krantenknipsels over de eerste maanlanding die aanstaande is, is erg goed en een lichtpunt voor de kijker. Hij houdt de hoop levend terwijl zijn rebelse broer Erik allang geknakt is. Het script van Søren Sveistrup, showrunner en hoofdschrijver van The Killing, heeft uiteindelijk een soort van genade met de jongens en de kijker: er komt inderdaad een dag dat alles beter wordt. Regisseur Jesper Nielsen (Borgen, Dicte) laat je tot die tijd wel goed voelen hoe het is, kindermishandeling, en dat maakt The Day Will Come tot een emotioneel achtbaanritje à la Festen en Jagten. Toch is de film lichter dan die twee, vooral door de constante aanwezigheid van de kinderen.

De donkerste kant van The Day Will Come is dat de film is gebaseerd op verhalen van echte kinderen uit het echte weeshuis Godhavn bij Kopenhagen, waar deze barbarij tot in de jaren zeventig plaats vond.

https://youtu.be/bHeN1dHx6cg

The Day Will Come draait vanaf 16 maart in de bioscoop

Lees ook