Wie is de mol

De biografie van deze Wie is de Mol?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe kwam dit seizoen Wie is de Mol? tot stand? Een reconstructie aan de hand van medewerkers en deelnemers die eerder hebben meegedaan.

In december 2015 ging de telefoon van Jochem van Gelder. En van Sanne Wallis de Vries. En van nog acht prominente Nederlanders: Wie is de Mol? aan de lijn. Heb je zin om mee te doen met de komende Wie is de Mol? En kun je het volgende jaar drie weken vrij nemen om mee te doen aan het spel? Oh, je krijgt er geen geld voor.

Zo’n gesprek kun je verwachten als je een zekere mate van bekendheid geniet, want sinds het vijfde seizoen zijn de kandidaten van Wie is de Mol? BN’ers. Dat ze zonder vergoeding mee willen doen, is zéér uitzonderlijk bij realitiy-tv. Het laat in ieder geval zien dat het de BN’ers om het spel te doen is en niet om het geld. En dat zie je terug in het programma, zo is de gedachte. Aaf brandt Corstius was kandidaat in 2014. ‘Na een week wakker liggen gaf ik aan de kandidatenbegeleider door dat ik meeging. “Ik wil wel weten waar de reis heen voert,” zei ik erbij. “Oostwaarts, met acht uur tijdverschil ongeveer,” was zijn antwoord. Dit hoort een kandidaat ongeveer drie maanden voor vertrek, en dan kan het gestress beginnen.’

Veel kandidaten bij Wie is de Mol? zijn acteurs. Die hebben als de opnames starten net een toneelseizoen achter de rug en hebben tijd. Voor veel tv-presentatoren is het seizoen voorbij, zij kunnen ook. Ex-sporters hebben tijd, sporters níet (want: trainen). Zelden zie je politici of zangers. Voor die laatste groep start het festivalseizoen, als de opnames starten. Dan kun je niet zomaar 3,5 week vrij nemen. De kandidaten maken afspraken met de kandidatenbegeleider; zelden in een café of andere openbare gelegenheid. Nooit bij producent IDTV op kantoor. ‘Ik heb in het verleden echt paparazzi voor m’n deur gehad, die eventuele deelnemers wilden fotograferen,’ herinnert oud-kandidatenbegeleider Jan-Peter Pellemans zich. Omdat niemand in het land mag weten wie de deelnemers zijn, moet een smoes bedacht worden; waarom ben je drie weken onbereikbaar? De kandidaten verzinnen iets samen met het team. Brandt Corstius: ‘Ik verzon een heroïsch werkverhaal; dat ik door de Taalunie was gevraagd om Nederlandse les te komen geven aan Indonesische studenten. ‘Hoe heet die plek waar je les gaat geven?’ vroeg een vriend. ‘Pretnak,’ improviseerde ik ter plekke. ‘Hoe ziet het er daar uit?’ vroeg een ander. ‘Prachtig!’ riep ik. ‘Er schijnen allemaal stranden met zwart zand te zijn.’

De kandidaten die zijn geselecteerd, gaan ‘begeleid kijken’ met de kandidatenbegeleiders. Veel scènes kijken. Tests maken, oefenen op de executietest (de slottest helemaal aan het einde van het programma). Praten met psycholoog Kas Stuyf, over de impact die het programma kan hebben. En veertig (veertig!) pagina’s met vragen beantwoorden. Honderden vragen, over de voornaam van je schoonmoeder of je favoriete bloemen. Slotvraag: wat is je favoriete slaaphouding? ‘Ik weet van heel veel BN’ers wat hun favoriete slaaphouding is,’ aldus Pellemans. Brandt Corstius nam de tijd vóór de reis om vooruit te werken. ‘Elke week een paar stukjes, voor op de plank. Die zou ik dan vanuit de Mol-locatie naar de krant mailen – want daar mochten ze niets weten. Paulien werd mijn vertrouwenspersoon (alle kandidaten hebben er een), en zij liet mij van tevoren haar mollenboekje zien, prachtig volgetekend en volgeschreven met fascinerende en triviale observaties over medekandidaten. “Moet je dat echt allemaal uit je hoofd leren?” vroeg ik angstig. In haar boekje stonden hotelkamernummers van andere kandidaten, en de tafelschikkingen van elke maaltijd die ze de hele reis hadden genuttigd. “Geloof me, dat lukt,” zei Paulien. “Het is in die tijd het enige waar je je mee bezig houdt.”

Op een gegeven moment valt tijdens die gesprekken De Vraag. ‘Wil jij de Mol zijn?’ Iedere kandidaat krijgt die vraag en vaak wil driekwart van de deelnemers dat best doen, ondanks het feit dat het eenzaam en zwaar is. Mol-zijn is nou eenmaal een erebaantje. De potentiële Mollen gaan op sollicitatiegesprek bij de eindredacteur. Een belangrijke vraag daar is: ‘praat jij in je slaap?’ Als dat het geval is, kun je moeilijk drie weken mollen. Kas Stuyf: ‘Wij kijken in de voorgesprekken ook naar een eventuele Mol, want die rol vraagt specifieke competenties. In hoeverre is iemand stressbestendig? Kan iemand liegen alsof het gedrukt staat? Zulke eigenschappen testen we vooraf. Als Mol heb je het minste last van het onbetrouwbare karakter van het spel, maar het is een eenzame rol. Die moet je kunnen dragen.’

Art Rooyakkers, de winnaar van 2011 en een jaar later presentator: ‘Als je meedoet aan het programma, krijgen alle kandidaten eerst een ‘mollicitatiegesprek’. Daarin kun je aangeven of je eventueel de Mol wilt zijn, en waarom, en hoe je die rol dan zou aanpakken. Ik zei in dat gesprek – achteraf gezien totaal idioot: ‘ik ben liever de Mol dan een kandidaat, want ik ben zo fanatiek en wil zo graag winnen, dat ik denk dat ik een prettiger mens ben als Mol, omdat ik dan weet dat ik tot het einde mee ga.’ Waarmee natuurlijk meteen duidelijk was dat ze niet voor mij zouden kiezen.’ Anne-Marie Jung, Mol in 2012: ‘Ik sprong een gat in de lucht toen ik mee gevraagd werd en helemáál toen ik kreeg te horen dat ik de Mol werd.’

‘Susan Visser, de Mol van 2014, wilde aanvankelijk de Mol níet zijn,’ aldus voormalig eindredacteur Anton Jongstra. Hij overtuigde haar om toch de rol op zich te nemen, juist omdat ze zo’n atypische Mol zou zijn. Ze sliep de nachten voor de reis niet. Ze wilde vlak voor vertrek haar molschap teruggeven. Dat kon niet, het point of no return was al lang geleden verlopen.

Een team onder leiding van Diana Volbeda (vanaf 2014 is zij eindredacteur) en regisseur/locatiescout Rick McCullough is dan al twee keer naar de bestemming afgereisd. Eén keer twee weken in december, voor een eerste bezoek. Niet ieder continent is geschikt. Zuid-Amerika is favoriet (niet te duur, niet te veel gedoe qua regels). Azië is ook Mol-terrein. ‘Wat je daar ook draait, het is altijd geweldig,’ aldus McCullough. ‘Dat continent is een visuele picknick.’ Maar Azië is óók een gok: het is regenseizoen tijdens de opnames. Dat kan geweldige beelden opleveren, maar kan de logistiek ook totaal overhoopgooien. Zon is goed voor de feelgood van het programma. In de zon overleggen kandidaten in het openbaar over het uitruilen van jokers en vrijstellingen. In de kou komt dat nooit van de grond.

Tot aan maart heeft de redactie dan tijd om opdrachten te ontwikkelen en juridische zaken (mag je filmen in de wijk waar de president woont? Mag je vanaf een statief draaien op straat, of moet dat uit de hand?) op te lossen. Waar gaat het team eten? Vanaf welke plek gaat Art presenteren en mag je daar filmen? Tijdens de echte opnames mag het team immers nooit voor verrassingen komen te staan. In maart gaat opnieuw een team de locaties langs, om alles min of min vast te leggen.

Voorjaar. Tien BN’ers gaan op reis. Even voor de duidelijkheid: het team gaat nooit meer samen vanaf Schiphol op reis naar de locatie. In 2011 werden de kandidaten op Schiphol gefotografeerd, en dat kwam via Privé bij de rest van Nederland terecht. Iedereen wist vooraf al wie aan het komende seizoen mee zou werken. Een belangrijke pijler onder het mysterie van het programma was weggeslagen.

Het spel gaat beginnen. En nee, het spel is níet makkelijker als je meedoet, bezweert ex-Mol Stoof. ‘Dat is een van de grootste misverstanden. Er gebeurt ook zoveel wat je niet op tv ziet, en wat een Mollenactie zou kunnen zijn. Iemand laat een peddel uit z’n hand vallen, of is onhandig met techniek.’ Menno Bentveld, kandidaat in 2007: ‘Iedere seconde zit je erin, net een film met een gamend jongetje dat dan ineens het scherm ingesleurd wordt en ín de game zit. De kijker ziet eens per week een stukje, maar als je meedoet, is dit spel continu aan de gang. Als je onder de douche staat, denk je: stond die vaas zojuist niet anders? Wie is er binnen geweest? Die stoel is verplaatst! Het is één grote mindfuck. De makers verzinnen tien procent, de rest doen de kandidaten.’

Sofie van den Enk, de winnaar van 2014, denkt daar anders over. ‘De lichte hysterie waarmee Susan Visser in het begin bij ons in de bus zat! Ik dacht: ben jij altijd zo? Dat vond ik al erg verdacht.’ Omdat de Mol altijd méér weet dan een gewone kandidaat, gedraagt de Mol zich anders. Die theorie leidde haar vorig jaar naar de Mol.

Kas Stuyf onderkent de mentale druk van het spel. ‘Twee mensen kunnen in het normale leven in een drukke ruimte een gesprek voeren, omdat ze zich op elkaar kunnen focussen – de rest van wat er om hen heen gebeurt kunnen ze afsluiten. Dat helpt ons als mens; wanneer je dat niet doet word je gek. Bij Wie is de Mol? móet je juist alles waarnemen! Dat vereist het spel. Alles is even belangrijk in het wereldje waarin je je een paar weken begeeft – héél belangrijk zelfs. En dan is in dat wereldje ook nog eens niemand eerlijk. Dat maakt Wie is de Mol? een spannende maar vreemde mindfuck.’

Wat je als kijker ziet, is nooit in scène gezet. Er zijn soms hooguit wat shots overgedaan omdat de camera het niet op beeld had. Wijde shots van een ploeg die op een bootje zit, bijvoorbeeld. Maar nooit wordt iets aan het verhaal toegevoegd, of wordt een kandidaat voorgetrokken, omdat dat leuker is voor de groepsdynamiek.

Eenmaal op reis, wordt het productieteam opgedeeld in tweeën. Als kijker merk je daar weinig van, maar logistiek is dat het handigst. Team 1: het team dat alle grote opdrachten regelt en filmt. Een enorm productieteam met bouwers, cameramensen, regie, eindredactie, productie. Dan is er nog een miniteampje (team 2) van een producer, twee kandidatenbegeleiders, een cameraman en een geluidsman. Dat team volgt de kandidaten. Team 2 vertelt de kandidaten wat ze die dag aan moeten trekken, vangt de kandidaten op als ze zijn afgevallen. De kandidaten krijgen te horen wanneer ze kunnen plassen, letterlijk. Alles is voor ze geregeld.

De presentator zit in team 1. Daardoor ziet de kandidaat de presentator pas als het spel echt begint, ergens op locatie. Hij reist niet mee met de kandidaten. De producers van team 2 zijn zó begaan met de kandidaten, dat ze ‘papa’ en ‘mama’ worden genoemd. ‘Ik had een ontsteking aan mijn been, toen zeiden de producers van dat team: ga maar even mee naar het ziekenhuis,’ aldus Stoof. Er is contact tussen de productie en Mol, natuurlijk. Maar hoe dat contact verloopt, is geheim. ‘Dat weet alleen de productie en de mensen die ooit Mol waren, het is een ingenieus systeem,’ zegt Stoof.

Dan zijn er ook nog de vertrouwenspersonen; iedere deelnemer kiest één persoon uit het privéleven aan wie alles gezegd mag worden. ‘Je móet kunnen delen,’ zegt Stoof. ‘Ik wilde tijdens de opnames vooral iets normááls horen. Dat mijn vriendin boodschappen had gedaan, dat soort dingen. Ik zei niet zoveel; wat moet ik zeggen? Dat ik over een koord liep en wel dood had kunnen zijn?’ Iedereen tekent de beroemde quit claim: uit de school klappen, is betalen.

In twee dagen wordt één aflevering opgenomen. Op de eerste dag twee opdrachten, op de tweede dag een opdracht en de executie. Zo gaat dat drie weken door. Bij iedere aflevering worden twee of drie ‘biechten’ per persoon opgenomen: de shots voor het zwarte scherm, waarin deelnemers in de camera vertellen wat ze bezighoudt en wie ze verdenken. Dat zijn lange sessies; een halfuur tot drie kwartier per kandidaat. Zeker in het begin is dat een hele puzzel; al die biechts, al die deelnemers. Vaak tot laat in de avond nemen de kandidatenbegleieders de biechten af. Kandidaten blijven vaak wakker tot iedereen z’n biecht heeft opgenomen. ‘Slaapgebrek is een bekend Mol-ding,’ aldus Pellemans.

Het spel heeft z’n eigen dynamiek. Op dag één gaat de Mol bijvoorbeeld niet ernstig Mollen. Stoof: ‘Als je het vanaf dag één verneukt, is het spel niet leuk meer.’ Jongstra: ‘Het gebeurt zelden dat de winnaar vanaf aflevering één goed zit, qua Mol. Rond de vijfde aflevering weet de winnaar het soms wel, of hebben ze een sterk vermoeden.’ Kandidaten die afvallen, moeten direct vertrekken. Martine Sandifort vloog er in 2015 voortijdig uit: ‘Ik vond het heftig en heel moeilijk dat ik eruit moest. En dat gaat ook rigoureus: je wordt gelijk met de taxi afgevoerd. Ik was zelf heel benieuwd wie de Mol was, want dat wist ik toen ook niet.’ Ellie Lust, de publieksfavoriet van vorig jaar: ‘Je bent tien dagen 24 uur per dag bij elkaar en dan moet je abrupt afscheid nemen, ook van kamergenootje Marjolein Keuning. Het gaat echt zoals je ziet: een knuffel, weglopen en nog een kort exitgesprekje met Art. In dat bootje naar de vaste wal voelde ik me ontzettend alleen. Tijdens die drie kwartier heb ik niks gezegd. Ik kreeg later allerlei berichtjes van de kandidaten: We missen je. Hoe moet het nou zonder jou? Ik heb een potje zitten janken, dat mag je gerust weten.’

Tijdens de opnames is het oppassen voor de makers. De kandidaten mogen niet gespot worden door een Nederlander die toevallig op vakantie is, want die zou de club kunnen fotograferen – via Twitter is iedereen dan snel op de hoogte. En dus staan er tijdens de opnames altijd mensen op de uitkijk. Om lange, weldoorvoede blonde mensen met een luide stem te spotten – Nederlanders. Om ze te vragen om vooral niks te fotograferen. Of om de foto te wissen. En niks te twitteren. Ieder jaar is er wel een Nederlander die de opnames van het programma ziet, terwijl hij op vakantie is. Tot nu toe bleek iedereen sportief genoeg om níet te lekken.

Terwijl de kandidaten rondreizen, komt de Mol nogal eens in loyaliteitsconflict. Stoof: ‘Dat vond ik het moeilijkste. Ik raakte tijdens het seizoen bevriend met Art Rooijakkers (dan nog deelnemer, red.). Dat was zeker aan het einde van het programma ingewikkeld. Een andere deelnemer wilde even bij me uithuilen, ‘even om het spel heen’. Maar ik was de grootste klootzak van het programma!’ Hoe langer in het spel, als Mol, hoe eenzamer de taak wordt. Stoof: ‘Mijn rol als Mol was uitgespeeld.’

Anne-Marie Jung, over het seizoen van 2012: ‘We hadden een groep die heel open naar elkaar toe was. Dat was nog nooit vertoond in de geschiedenis van Wie is de Mol? Iedereen speelt altijd zijn eigen heimelijke spelletje, maar hier was het meteen: lijsten op tafel en delen maar. Ik merkte gewoon dat ik het moeilijk vond om dat Mol-spelletje te spelen. Er kwam veel meer bij het Mol-schap kijken dan ik had gedacht. Ik heb echt wel wat huilbuien gehad die niemand heeft gezien, behalve de kandidatenbegeleider. Dat liegen en huichelen ging me overdag prima af, maar ’s avonds op de kamertjes had ik het moeilijk. Je moet altijd op je tellen passen, en dat is pittig.’

Voor die winnaar is er geld. Ruim zestienduizend euro vorig seizoen. Voor de Mol is er een salaris, vanwege zijn of haar medewerking aan het programma. Maar de Mol krijgt géén geld uit de pot, ook niet het bedrag dat hij bij de winnaar heeft weggespeeld. ‘De Mol is een erebaan,’ aldus Stoof. ‘Het is de Sint van tv. Het is de hoofdpiet.’

Na de opnames van ieder seizoen zijn er wel één of twee deelnemers die na het spel weer even in de realiteit moeten landen; drie weken in een afgesloten wereld waarin niets is wat het lijkt, blijkt er voor sommige deelnemers wel heel erg in te hakken. Voor hen staat psycholoog Kas Stuyf altijd klaar. McCullough begint in augustus met de montage: 350 uur film moet worden teruggebracht naar tien keer 55 minuten. Terwijl de uitzendingen in december beginnen, is de montage vaak nog in volle gang.

Stuyf: ‘We proberen binnen 24 uur na aankomst in Nederland contact te leggen, daarna kunnen ze langskomen mocht daar behoefte aan zijn. Er waren kandidaten die me vertelden: ‘Op Schiphol dacht ik even dat Art achter een paal vandaan zou springen, om te vertellen dat ik er tóch nog in zat.’ En het is gebeurd dat iemand thuis nog steeds dacht dat hij volop in het spel zat. Die zei dan tegen mensen in zijn omgeving: ‘Je probeert uit te vinden of ik de Mol ben!’

Er gebeurt nog iets tijdens het programma: er ontstaan vriendschappen voor het leven. Rik van de Westelaken, de winnaar van 2015: ‘Met sommigen wel. Je hebt met elkaar in een enorme bubbel gezeten en er komt na afloop ook ontzettend veel op je af. Dat kun je eigenlijk alleen met elkaar verwerken.’ Marlijn Weerdenburg: ‘Met Rik van de Westelaken – mijn Wie is de Mol? -maatje – ben ik een muziekfilm aan het schrijven.’

Chris Zegers: ‘Alle zintuigen op scherp, want het spel wordt tactisch gespeeld en zit vol energie. Dat is heerlijk, maar met name de momenten als de kruitdampen zijn opgetrokken, de verrukkelijke avonden met intense gesprekken waarin je tot elkaar komt, zijn onvergetelijk. Ik ben nog steeds verliefd op Margriet van der Linden.’ Margriet van der Linden maakte nadien met Sandifort een programma voor Radio 2, met verschillende typetjes. ‘We kwamen erop toen Martine en ik samen in Wie is de Mol? zaten. Toen deden we die stemmetjes en typetjes ook al. We lagen eindeloos in hotelkamers, of zaten met de groep opgesloten in een bus.’

Lust: ‘Als kandidaten borrelen we nu samen, eten samen. We hebben ook een groeps-app. Die hebben we liefdevol ‘stelletje klootzakken’ genoemd. Dat is wat Rop, die schat, een keer over ons zei tijdens het spel. Ik ben laatst nog uit eten geweest bij de Thai op de Elandsgracht met Marjolein en haar man Henk Poort. Sommigen zijn zomaar mijn hart ingelopen.’

Stuyf: ‘Er zijn daar vriendschappen ontstaan tussen mensen die tot op de dag van vandaag standhouden. Kandidaten die lang in het spel blijven, en dus lang van huis weg zijn, onthechten ook wel. Stel je voor: je gaat in je eentje naar Hongkong. Dan doe je daar leuke dingen, je komt naar huis en laat de foto’s zien. ‘Kijk eens, wat gaaf!’ Dán voel je al dat de verbinding met je partner even iets minder is.’

Intussen is allang alles opnieuw begonnen voor het volgende seizoen. ‘Hallo, Wie is de Mol? aan de lijn. Heb je zin om volgend jaar mee te doen met het programma?’

Dat zien we over een jaar.

Dit artikel kwam tot stand na getuigenverklaringen in de VARAgids van Menno Bentveld (2015), Aaf Brandt Corstius (2013), Sofie van den Enk (2014), Anton Jongstra (voormalig eindredacteur, 2014),  Anne-Marie Jung (2013), Margriet van der Linden (2016), Ellie Lust (2016), Rick McCullough (regisseur, 2014), Jan Peter Pellemans (voormalig kandidatenbegeleider, 2014), Art Rooyakkers (2013), Martine Sandifort (2015) Patrick Stoof (2014), Kas Stuyf (2016), Marlijn Weerdenburg (2015) en Rik van de Westelaken (2016).

Wie is de Mol, wekelijks vanaf zaterdag 7 januari 2017, NPO1, 20:30 uur

 

Lees ook