Bevinden we ons in het gouden televisietijdperk?

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Mijmeringen over de ontwikkelingen in het televisielandschap.

In de wereld van de televisiekritiek wordt er al jaren geschreven over de vraag of we ons nu wel of niet bevinden in wat het derde ‘gouden televisietijdperk’ wordt genoemd. Maar wat wordt daar eigenlijk mee bedoeld? Welnu, met deze term wordt gesuggereerd dat er tussen 1999 en 2013 - of ergens in de loop van de jaren negentig en nu; het hangt maar net af wel artikel je leest – sprake was van een hausse, als het gaat om het (riante) aanbod van kwaliteitstelevisie. Hier werd over geschreven in vrijwel alle prominente Engelstalige dagbladen, tijdschriften en ezines, zoals The New Republic, Paste Magazine en The Guardian.

De cast van The Sopranos

Zo’n hoogtij had naar verluidt ook plaats in de jaren vijftig en de jaren tachtig. Toen mensen zich naarstig achter de buis parkeerden om te kijken naar een innovatieve sitcom als I Love Lucy (1951-1957) of - in dat tweede gulden tijdsgewricht - een vuige politieserie als Hill Street Blues (1981-1987). In ‘onze’ glorietijd wordt The Sopranos (1999-2007) dikwijls aangehaald als de genesis van hedendaagse, diepzinnige kwaliteitstelevisie. Deze HBO-serie dient als uitgangspunt voor de discussie over het derde gouden tijdperk, dat in 2013 nog eens werd aangewakkerd door televisiecriticus Tod VanDerWerff, in zijn goed gelezen stuk voor The A.V. Club, getiteld: ‘The golden age of TV is dead; long live the golden age of TV’.

In dit artikel stipuleert VanDerWerff dat elk tijdperk wel kan worden gekwalificeerd als zijnde ‘gouden’. We houden ervan om onszelf op de schouders te kloppen; om onszelf het gevoel te geven dat we middenin het hoogtepunt zitten – het oog van de storm. Toch noemt de televisiejournalist als tegenvoorbeeld een aantal drama’s van weleer. Hij schrijft: ‘Langzaam nemen we afstand van duistere mannen in duistere tijden, die zich bezighouden met duistere zaken. Daarmee doelt hij op The Sopranos en de series die in het kielzog van dit onbetwiste meesterwerk verschenen: Mad Men (2007-2015) en Breaking Bad (2008-2013). Deze titels laten zich omschrijven als een lofzang op de antiheld, geschreven en geproduceerd door witte mannen, zoals Rachel Syme in haar artikel opmerkt.

De cast van Mad Men

De bovengenoemde shows zijn onderdeel geworden van een nostalgische canon, waar door menig televisiepurist telkens naar wordt verwezen. Zo van: ‘Waar zijn The Sopranos van deze tijd?’ Er lijkt een soort consensus te bestaan dat de erfenis van Tony en zijn familie een nieuwe standaard is geworden, waar andere scenaristen zich aan moeten meten. Die (valse) nostalgie kan worden verklaard vanuit de gedachte dat er in de periode 1999-2013 een kentering heeft plaatsgevonden: VOD-diensten als Netflix en Hulu kwamen om de hoek kijken en gingen concurreren met kabelzenders als HBO (The Sopranos) en AMC (Mad Men, Breaking Bad). Het televisielandschap is sindsdien ingrijpend veranderd.

Het staat buiten kijf dat Netflix in de periode die ‘het gouden televisietijdperk’ wordt genoemd een grote speler is geworden. De VOD-gigant mist, zo zou je kunnen beargumenteren, evenwel een vlaggenschip à la The Sopranos. Toegegeven: ze hebben Stranger Things, en een veelvoud aan andere kwalitatieve titels. Maar een echte mastodont, die net als The Sopranos de tand des tijds zal doorstaan, blijft nog uit. Dat deert Netflix echter niet: vandaag de dag is er namelijk een nieuwe manier van kijken: bingekijken. De traditionele televisiekijker verdwijnt geleidelijk. Van The Sopranos werd wekelijks integraal een aflevering uitgezonden; bij Netflix krijg je - als het gaat om originele content van de VOD-dienst zelf - direct het hele seizoen.

David Harbour en Millie Bobby Brown in Stranger Things

En als je dan klaar bent met Stranger Things, dan heeft het ingenieuze algoritme van Netflix prompt iets nieuws, en vergelijkbaars, voor je gevonden. Er is geen tijd om op adem te komen, en om te contempleren wat je net hebt aanschouwd. De VOD-dienst beukt je opzettelijk murw, om je zo lang mogelijk aan de buis te kluisteren. Het uitgangspunt lijkt dan ook dikwijls: zo lang je maar blijft kijken. En in mindere mate: we willen iets maken dat je ontroert, en dat misschien wel reflecteert op het leven an sich. Hoewel veel Netflix-series dat natuurlijk ook wel doen. Maar artistieke kwaliteit is niet de eerste prioriteit; dat is vermaak.

Een goede showrunner zorgt ervoor dat je als kijker na enkele afleveringen de televisie niet meer kan uitzetten. Om die reden werd het dure Bloodline na drie seizoenen geannuleerd door Netflix: veel kijkers haakten af. Het familiedrama is een onvervalste 'slowburner': op het eerste gezicht lijkt er – neem bijvoorbeeld het eerste seizoen – in de eerste zes, zeven uur maar weinig te gebeuren. De aanlokkelijke verhaallijnen en intrigerende personages zijn er wel, maar de plotwendingen laten te lang op zich wachten. Er zijn ook televisiefanaten die dit juist toejuichen: die kunnen bijvoorbeeld beter terecht bij HBO, dat met Sharp Objects binnenkort een nieuwe 'slowburner' introduceert.

Amy Adams in Sharp Objects

Netflix en HBO lijken qua kijkersprofiel dan ook enigszins te verschillen. Het zou best kunnen dat die verschillen de komende jaren nog groter worden. Neem bijvoorbeeld de streamingdiensten die zich uitsluitend richten op arthousefilms: Filmstruck en MUBI. Die laten de mainstream voor wat het is, en halen – als curatoren – voor hun abonnees de krenten uit de pap. Ergo: ze hanteren geen algoritme, maar kiezen eigenhandig voor een excentriek en beperkt aanbod. Dat is een gunstige ontwikkeling: Netflix kan wel wat tegengas gebruiken. Hoewel de streamingdienst natuurlijk ook zelf heeft bijgedragen aan de uitbreiding van het algehele aanbod. Dat moeten we niet vergeten.

De stelling dat het ‘gouden televisietijdperk’ voorbij is, lijkt daarom een farce. Ja, The Sopranos is vooralsnog misschien wel een ongeëvenaarde kracht, en er zijn nog steeds talloze televisiegekken die alleen daarom een abonnement nemen bij Ziggo (in Nederland is de HBO-catalogus inmiddels daar ondergebracht). Maar er is meer te kiezen. Er is meer diversiteit. En bovenal is er meer inclusiviteit. Netflix heeft series gefinancierd over en door mensen uit de LGBTI-gemeenschap, mensen van kleur en andere minderheden. Dat een hogere omzet daarbij de voornaamste drijfveer was laten we even buiten beschouwing; televisie is hoe dan ook, en meer dan film, een inclusiever medium geworden.

De cast van GLOW

Wat door veel critici ‘het gouden televisietijdperk’ wordt genoemd is zoals Rachel Syme schreef, een periode waarin ‘grensoverschrijdende Amerikaanse patriarchen’ prevaleerden. Want: grensoverschrijdende Amerikaanse patriarchen – almachtige witte showrunners als David Chase (The Sopranos) en Matthew Weiner (Mad Men) - kregen het geld om series te maken. Nu is het de beurt aan (relatieve) nieuwkomers als Donald Glover (Atlanta, Fox), Liz Flahive en Carly Mensch (GLOW, Netflix) en Justin Simien (Dear White People, Netflix). Hun uiterst vermakelijke, doch inspirerende werk is niet per definitie inferieur aan dat van hun illustere witte voorgangers.

Je zou er dus voorzichtig vanuit kunnen gaan dat het gouden televisietijdperk nog wel even aanhoudt: klop jezelf maar een keer op de schouder.

Lees ook