Art Rooijakkers reist de hele wereld rond voor Helden van de wildernis

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

‘Mijn hart zit in dit programma.’

Helden van de wildernis portretteert natuur–beschermers op afgelegen plekken op aarde. Programmamaker Art Rooijakkers heeft af en toe een traantje weggepinkt.

‘Het begon met een artikel dat ik las in een buitenlandse krant. Er stond in dat je de situatie van diersoorten op aarde kon toelichten aan de hand van een verkeerslicht, en dat het sein een aantal jaar geleden op groen tot oranje stond, maar nu op oranje tot rood. Dat wist ik niet. In alle naïviteit dacht ik dat het beter ging met de natuur. Een derde tot de helft van alle diersoorten dreigt de komende eeuw uit te sterven, waarvan 99 procent door menselijk handelen. Als kind was ik gefascineerd door de dodo – ik keek altijd naar de televisieprogramma’s van Boudewijn Büch. Dat die vogel ooit bestond en nu niet meer, vond ik intrigerend. Na het lezen van dat krantenartikel dacht ik: hier moeten we een programma over maken.’
‘In Helden van de wildernis portretteren we mensen die huis en haard hebben achtergelaten om het verschil te maken op een afgelegen plek op aarde, waar ze zich inzetten voor dieren. Of we Floortje naar het einde van de wereld hebben geprobeerd te kopiëren? Nee. Succesvolle programma’s nadoen werkt niet. Wel zagen we tijdens het creatieve proces natuurlijk in dat er interesse voor ons format zou zijn, omdat Floortje Dessing ook mensen op afgelegen plekken bezoekt, en omdat de natuurdocumentaires van de BBC goed bekeken worden – die twee elementen brengen we in Helden van de wildernis bijeen. Bij de NPO heeft dat soort overwegingen ongetwijfeld een rol gespeeld bij de goedkeuring.’
‘Als ik eerlijk ben – en dit geldt voor velen – voel ik me weliswaar oprecht betrokken bij de wereld, maar dat uit zich alleen in het af en toe storten van geld op een bankrekening. Ik heb dan ook bewondering voor de natuurbeschermers die we opvoeren, omdat zij hebben besloten om zich daadwerkelijk in te zetten voor hun idealen. Zo ontmoeten we Antoinette, die in Nederland een goed salaris had en in een dikke leaseauto reed. Tot ze zich het lot van de olifanten in Thaise toeristenindustrie zozeer aantrok, dat ze naar Thailand emigreerde. Ze begon in het Noorden, in Chiang Mai, waar je parken hebt met olifanten die moeten dansen en schilderen voor publiek. Hun training verloopt nogal hardhandig, vond Antoinette. Ze heeft een aantal Westerse touroperators overgehaald om bezoeken aan zulke parken niet meer aan te bieden en heeft olifanten gekocht om ze elders onder te brengen. Nu zit ze in de provincie Chanthaburi, in Midden-Thailand. Daar verwoesten wilde olifanten hele cassavevelden, waar de plaatselijke boeren stevig op reageren, waardoor mannetjesolifanten zich agressief gaan gedragen jegens mensen, enzovoorts. Antoinette heeft er een nieuw, revolutionair project opgestart: een hek van bijen. Zij maakt hekken met bijenkorven eraan, zodat de olifanten die er tegenaan lopen, door bijen worden weggejaagd. Zo lost de natuur het probleem op. Kijk, ik zit dus op de bank een krantenartikel te lezen, terwijl Antoinette voor een goed doel alles heeft opgegeven. Want op het Thaise platteland heeft zij het niet bijzonder luxe, zal ik maar zeggen.’
‘Dat mens-dierconflict kom je elk aflevering tegen. Hoe meer mensen er zijn, hoe minder ruimte er overblijft voor wilde dieren. Op een abstract niveau wist ik dat al, maar hoe zoiets in de praktijk werkt, heb ik geleerd tijden het maken van dit programma. Op het Indonesische eiland Borneo bijvoorbeeld is het halve oerwoud gekapt voor palmolievelden. Palmolie zit in allerlei producten waar we van houden, van shampoo tot chips. Grote bedrijven kopen land op van lokale boeren, wat je die laatsten niet kwalijk kunt nemen. Een eenmaal geplante palmboom doet tientallen jaren dienst, maar vervolgens is de grond honderd jaar lang onvruchtbaar. Zoveel kunstmest wordt er gebruikt. In het Amazonegebied gebeurt iets vergelijkbaar met sojaplantages, die ons helpen onze koeien te voeden. Bekijk je het met Google Earth, dan zie je langs de Amazone-rivier donkergroene stukken – da’s oerwoud – en aan de zijkant lichtgroene, met strepen: dat zijn de sojaplantages, en de strepen zijn de wegen.’
‘Laat overigens gezegd zijn dat Helden van de wildernis geen zware serie is met een apocalyptische boodschap. Ze gaat net zozeer om de schoonheid van de natuur. We hebben met een speciale, fotografische cameralens gefilmd en echt epische beelden geschoten. Ook is de man meegereisd die de drone-opnames verzorgt bij Wie is de Mol? Zo laten we zien hoe mooi de natuur kan zijn. In het Amazonegebied, dat ik al noemde, hebben we apen gefilmd. We zochten er Marc van Roosmalen op, een primatoloog die tien jaar terug het wereldnieuws haalde met de celstraf die hij kreeg omdat hij in Brazilië apensoorten probeerde te redden. Wij zijn met hem in een boot de Amazone afgevaren, naar een indianenstam die hij de oude landbouwtechnieken van hun voorvaderen wil laten herintroduceren. Hij nam ons het woud in, naar de slingerapen. Dat vond ik overweldigend. Emotioneel, ook. Ik heb er een traantje weggepinkt. Net als bij de jachtluipaard in Kenia met haar twee welpen, die net een prooi gevangen had en de om haar heen cirkelende gieren ervan probeerde te weerhouden om dat eten af te pakken. Zoiets unieks.’
‘Ik vind het doodeng dat Helden van de wildernis straks echt uitgezonden wordt. Mijn hart zit in dit programma. Ik heb twee achterneven die vroeger voor hun studie biologie naar Canada afreisden om grizzlyberen te bestuderen. Ik was een jaar of acht, en Canada, dat was ver weg. Toen ze terugkwamen, heeft de familie een fotoavond georganiseerd. Hun verhalen, over hoe ze aan de andere kant van de wereld naar beren hadden gekeken, vond ik zo spannend en avontuurlijk dat ik dacht: ik wil later ook bioloog worden. De schoonheid van de natuur is ontzagwekkend, en we moeten oppassen dat ze niet achteruitgaat.’

Helden van de wildernis: 30 maart, NPO 1, 20:30 uur

Lees ook