Achtergrond: het succes van het Filmfonds

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe het Filmfonds buitenlandse filmmakers (met succes!) naar Nederland weet te halen.

Hoe het Filmfonds buitenlandse filmmakers (met succes!) naar Nederland weet te halen.
 

Nog even en we zijn blasé. Of nee, dan begint het mopperen zoals je in New York wel hoort als er wéér een straat is afgesloten in verband met filmopnamen. Zover is het in Amsterdam nog niet, de meeste mensen die door de in fluorescerende hesjes gestoken mannen met walkietalkies worden tegengehouden kijken hun ogen uit, vooral als, zoals vorige week, duidelijk wordt dat het om een grote Amerikaanse productie blijkt te gaan, The Hitman’s Bodyguard. ‘Zie jij Samuel Jackson?’ gonsde het onder een groepje mensen dat tot stilstand was gemaand op de hoek van de Roeterstraat en de Sarphatistraat. De Amerikaanse ster zagen ze nog niet – die zou pas een week later neerstrijken in Amsterdam. Wel hoorden ze piepende banden, minutenlang zware geweerschoten en zagen ze rookwolkjes opstijgen, voordat ze weer door mochten lopen.

In dezelfde week was het op de Amsterdamse Wallen eveneens druk en stonden er grotere trucks en trailers dan Amsterdammers gewoonlijk gewend zijn bij filmopnamen. In dit geval voor een grote Franse productie, Gangsterdam. Ook buiten Amsterdam is van alles aan de gang: zo waren er in Rotterdam vorige maand bijvoorbeeld opnamen voor Le fidèle, de nieuwe film met Matthias Schoenaerts. Toch is het allemaal relatief – zelfs The Hitmans’s Bodyguard – vergeleken met wat er aan de Noord-Hollandse kust, in de buurt van Urk en Lemmer gebeurt. Daar wordt momenteel een groot deel van Bodega Bay opgenomen, beter bekend als Dunkirk, de nieuwe film van Christopher Nolan (Interstellar, Batman). Een WOII-avontuur gebaseerd op ware gebeurtenissen over de evacuatie van een bataljon Geallieerden dat in 1940 door de nazi’s op de hielen werd gezeten, waar scènes in voor zullen komen (gedraaid door op Hollywoods favoriete Director of Photograpy, de Nederlander Hoyte van Hoytema) waarbij op helikopters gemonteerde IMAX-camera’s het op het water neerstorten van een jachtvliegtuig zullen registreren. Een spektakelscène die zich, als het aan de makers ligt, straks moet kunnen meten aan de openingsscènes van Steven Spielbergs Saving Private Ryan.

Nederland is natuurlijk al vaker decor geweest van grote buitenlandse films: het Tweede Wereldoorlog-epos A Bridge Too Far, waarvoor in 1975 in Deventer opnamen werden gemaakt; de James Bondfilm Diamonds are Forever (1971) waarin Sean Connery undercover diamanten aflevert bij Tiffany Case, gezeteld op de Reguliersgracht 36; Ocean’s Twelve, waarvoor George Clooney, Matt Damon en Brad Pitt in de zomer van 2003 tegelijkertijd in Amsterdam waren. En natuurlijk was er Who Am I? (2008) waar onlangs in deze gids nog uitgebreid op werd teruggeblikt, met de Hongkongse superster Jackie Chan die van het dak van het Nedloydgebouw afroetsjte en waarvoor een ruim honderdkoppige crew en cast wekenlang in het Rotterdamse Hilton bivakkeerden.

Toch zijn de meeste producties deze zomer niet alleen in Nederland omdat Amsterdam zo mooi is en de Noordzee zo fotogeniek. Of nou ja, ook natuurlijk, maar het is tevens het resultaat van een financiële regeling, die twee jaar geleden werd ingevoerd: The Film Production Incentive, waarbij nationale, maar ook internationale filmproducties gebruik kunnen maken van een cash rebate (een korting) van 30%, wat zoveel betekent dat ze dertig procent van de aantoonbaar in Nederland gemaakte kosten terug kunnen vorderen.

Er is, zegt Doreen Boonekamp, directeur van het Filmfonds die het beheer over de uitvoering van de maatregel heeft, lang gezocht naar een manier om de Nederlandse filmindustrie nieuw leven in te blazen. ‘Je zag dat in de landen om ons heen, waar stimuleringsmaatregelen werden genomen, de filmsector veel sterker werd, terwijl we in Nederland achterbleven. Uit onderzoek bleek zo’n cash rebate goed te werken en zo blijkt: vorig jaar maakten er 125 films gebruik van, waaronder 83 internationale co-producties. Voor elke toegekende euro is 4,83 euro besteed. Daarmee wordt ruim 139 miljoen euro aan bestedingen voor filmproducties in Nederland uitgegeven.’

In het kort komt de maatregel er op neer dat wij een producent van de cash rebate profiteren hij een productiebudget van tenminste 1 miljoen euro moet hebben (voor documentaires ligt dat bedrag op 250.000 euro), dat er een Nederlandse co-producent moet zijn en dat er tenminste 100.000 euro in Nederland moet worden besteed. Boonekamp: ‘Dat kan tijdens de productie zelf zijn, maar dat kan ook post-productie zijn, dus montage of nabewerking van beeld of geluid.’ De bijdrage wordt groter naarmate er meer Nederlandse inbreng is. ‘Het werkt via een puntenstelsel: een crew met Nederlanders op cruciale plekken (camera, production design, acteurs) betekent een hoger aantal punten en meer geld.’

Dunkirk kreeg 1 miljoen, het hoogste bedrag dat tot nu toe werd toegekend aan een productie. ‘Op zich is het in geval van zo’n grote productie niet zo dat ze om deze maatregel naar Nederland komen,’ zegt Bas van der Rhee, Filmcommissioner bij het Filmfonds. ‘In het geval van Dunkirk heeft het zeker te maken gehad met de cameraman die Nederlands is en die wellicht locaties hier heeft geopperd en misschien speelde “het beroemde Hollandse licht” een rol. Wat trouwens echt bestaat: uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat er vooral in Groningen en Zeeland bijzonder licht is, wat weer te maken heeft met de hoeveelheid kristallen in de lucht. We hebben niet voor niets die traditie hier in de schilderkunst.’ Wat daarnaast, zegt Van der Rhee, ook trekt, is dat in Nederland iedereen Engels spreekt en dat de locaties zo dichtbij elkaar liggen: vanaf Schiphol is alles in ongeveer twee uur te bereiken.

Want Nederland is niet alleen Amsterdam of het als moderne stad dienende Rotterdam – naast genoeg generieke plekken als bossen en water zijn er veel aantrekkelijke locaties. Van der Rhee: ‘We hebben zo veel landmarks door heel Nederland: van de bekende molens op de Kinderdijk tot de Atlantic Wall in Hoek van Holland. Er zijn plekken in Schoorl die voor woestijn kunnen doorgaan; er zijn kastelen, landhuizen. Er kan heel veel. We’re here to make you happy, is onze slogan. Alleen het weer, dat is soms een ding.’

Zijn ze niet bang dat er straks een Holland-moeheid optreed: zo’n speedboot door de grachten, zoals nu in The Hitman’s Bodyguard kun je maar een keer doen (en de Nederlanders zelf kenden hem al natuurlijk uit Amsterdammed – opgenomen in Utrecht trouwens); Jackie Chan vocht al op klompen, en god, niet wéér die coffeeshops! (Gangsterdam) Maar daarvoor zijn Doreen Boonenkamp en Bas van der Rhee niet bang. Het gaat altijd om de inhoud – je zou als buitenlandse producent een script kunnen bedenken met een Nederlands tintje om voor de stimuleringsmaatregel op te kunnen gaan, maar echt interessant is dat niet, omdat je het geld in Nederland uit moet geven.

Dat gold ook voor Gangsterdam, zegt Frans van Gestel, die als Nederlands producent is verbonden aan de film. ‘Het script is geschreven door een Franse scenarist die iets soortgelijks heeft meegemaakt toen hij ooit in Amsterdam was,’ zegt Frans van Gestel die als Nederlandse producent verbonden is aan de film. Gangsterdam, een, zoals de producenten de film aanprijzen ‘actiekomedie in de stijl van Judd Apatow’, gaat over drie Parijse studenten die hals over kop op de trein naar Amsterdam springen voor een feestelijk weekend. Twee nachtjes moeten het worden, want op maandag wacht er een belangrijk tentamen, maar het loopt anders. Het is niet moeilijk te raden waarom. Gangsterdam is voor Nederlandse begrippen een grote film. Van Gestel: ‘Frankrijk is een enorm land waar het films betreft, er worden zo’n 225 films per jaar gemaakt. Maar dit is naar mijn weten de eerste keer dat er op zo’n grote schaal in Nederland wordt gedraaid. Het is niet zo dat ze nu hierheen komen om die maatregel. De film heeft een budget van tussen de 12 en 14 miljoen euro. Als je weet dat de duurste Nederlandse film tot dusver Zwartboek was (16 miljoen euro), dan kun je het wel enigszins vergelijken.’ Vorige week werd bekend dat de film een cash rebate van 530.000 euro krijgt. In totaal zal er 21 dagen worden gefilmd in Amsterdam en Zaandam. De hoofdrollen worden gespeeld door in Frankrijk populaire acteurs (onder meer Romain Lévy), maar er zullen ook enkele Nederlandse acteurs meedoen. Dat laatste lijkt dan wel om te hengelen naar meer punten, dus meer geld via The Film Production Incentive (zo gonst onder meer de naam van Rutger Hauer rond), al blijft dat een wankel evenwicht: voor je het weet, raak je verzeild in een europudding en dat is niet wat je voor ogen moet hebben, ook al is zo’n financiële maatregel nog zo aantrekkelijk.

Maar dat is vooralsnog niet het nadeel dat Van Gestel kan noemen. ‘Het enige dat ik nu kan bedenken is dat er af en toe te kort is aan goede mensen. Het gebeurt nu al eens dat er iemand weggekocht wordt, die krijgt dan bij een andere productie meer geld. Je ziet dat als het goed gaat, de dagprijzen omhoog gaan.’ Van Gestel hoopt vooral dat het een duurzame regel is. ‘Een paar jaar geleden, had je de cv-regel, eveneens een belastingmaatregel, waardoor de filmindustrie een tijdlang opbloeide, maar daarmee ging het toen flink mis. De infrastructuur die was opgebouwd, kwam toen het verdween mede daardoor onder druk te staan.’

Maar Doreen Bonenkamp belooft een duurzame maatregel. En met de opbrengst van de eerste lading wordt er niet aan getwijfeld om de deur weer dicht te doen. Iedereen is in zijn nopjes en filmmoe is Nederland voorlopig nog niet.

Lees ook