Hoe maak je Planet Earth II?

Achter de schermen: hoe maak je Planet Earth II?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe goed is het alom gelauwerde Planet Earth van de BBC? Natuurfilmer/ecoloog Ruben Smit laat zijn licht over deel 2 schijnen.

De zeeleguaan, net uit het ei, heeft niets door – nog niet. Hij bevindt zich op Isla Fernandina, het op twee na grootste eiland van de Galápagoseilanden.
Want de slangen hebben hulp ingeschakeld, kijk, daar is de eerste al, twee, drie, ze komen overal vandaan. Voordat de leguaan de veilige rotsen bereikt, nemen de slangen hem in een schijnbaar dodelijke wurggreep.De leguaan verkeert nu al in levensgevaar. Een groepje slangen heeft hem op de korrel en beraamt snode plannen. Twee stuks kronkelen op hem af. En dan, pats!, gaan ze in de aanval. De leguaan kan ontkomen, slaat op de vlucht, maar lijkt kansloos.

En net als je denkt dat de slangen, een stuk of tien inmiddels, het vlees van de babyleguaan kunnen verdelen en lekker kunnen gaan tafelen, ontkomt de leguaan. Dus toch! Hij bereikt de rotsen, waar hij wordt opgewacht door een oudere zeeleguaan. Ze kijken nogal stoïcijns, maar van beiden lijkt zich een emotie meester gemaakt te hebben die je, eufemistisch, opluchting zou kunnen noemen.

Dit is Planet Earth, seizoen 2, aflevering 1, en het is ongetwijfeld de spannendste scène van het nieuwe seizoen. Laat dat maar aan de Britse makers over – die weten wel hoe je een miljoenpubliek aan de buis gekluisterd houdt, want naar de eerste aflevering van het nieuwe seizoen, waarin we Sir David Attenborough – de voice over – in een luchtballon over de Alpen zien vliegen, keken meer dan 9 miljoen Britten. Hans Zimmer, die muziek componeerde voor onder meer Gladiator, Lion King en Batman, is verantwoordelijk voor de muziek, waardoor de serie meer en meer een filmisch karakter krijgt.

Het Planet Earth-team maakte in drie jaar 117 trips naar veertig landen. Dit leverde zes afleveringen op, waarvan er nog twee te zien zijn (zondag op de BBC, 21:00 uur). Het eerste seizoen van Planet Earth kwam uit in 2006. Dat bestond uit elf afleveringen. De serie werd verkocht aan 130 landen en won een Emmy. In Nederland zond de EO de reeks uit, die nog altijd te zien is op Netflix. Planet Earth II is vanaf 1 januari bij de EO te zien. En deze week start de reeks op Canvas.

Cherry picking

Seizoen 1 van Planet Earth was baanbrekend, omdat de makers zich van allerlei moderne filmtechnieken bedienden. Ze konden nóg dichter bij de dieren komen, zonder dat die het door hadden. Het was de duurste, de meest innovatieve en meest ambitieuze natuurdocumentaire ooit gemaakt.

[blendlebutton]

En tien jaar later zeggen we hetzelfde over de tweede reeks.

Niet zo gek, want waren de mogelijkheden van de Planet Earth I-makers – voor die tijd dan – grenzeloos, in zijn opvolger wordt gefilmd met drones, onderwatercamera’s, camera-traps en gyro-gestabliseerde camera’s, in ultra-high definition – het is de eerste BBC-serie in 4K. Alles is dus even mooi, even spectaculair, het is alsof je zelf aan het filmen bent, alsof je zó dicht bij de zeeleguaan bent dat je hem kunt waarschuwen: pas op jongen, je loopt gevaar, er komen slangen aan.

Natuurlijk is Ruben Smit, ecoloog, natuurfotograaf en maker van De nieuwe wildernis, dan ook razend benieuwd naar deze BBC-productie. Hij is ook wel een beetje jaloers, zei hij eerder bij EenVandaag. Jaloers op de budgeten vooral, want de BBC gooit er zo vier, vijf miljoen pond per aflevering tegenaan. En dat is in Nederland ondenkbaar.

Smit: ‘Ik ben erg geïnteresseerd in welke onderwerpen ze kiezen en welke techniek ze gebruiken.’ Hij kent wel een paar mensen van het Planet Earth-team. Michael Sanderson bijvoorbeeld, de drone-bestuurder, die meewerkte aan De nieuwe wildernis. ‘Het is een gesloten team,’ zegt Smit over Team Planet Earth, ‘maar wel groot. Tien tot twintig camerateams worden over de hele wereld ingezet.’

‘Ik kijk vooral naar wat er nieuw is ten opzichte van het eerste seizoen. En ik ben op zoek naar de filosofie erachter: gaan ze op zoek naar dezelfde plekken, maar dan tien jaar later? Gaan ze dan laten zien wat er van die plekken over is? Dat zou een mooie invalshoek zijn. Maar die filosofie laten ze helemaal vallen. Het is cherry picking – wat ze wel goed doen overigens, want het is ongelooflijk mooi beeldmateriaal.’

Maar Smit mist de samenhang. Hij kijkt als ecoloog. Hij zoekt naar diepgang, naar het verhaal áchter het beeld. De mooiste scène, vindt ook hij, is de scène waarin de slangen de babyleguaan op de hielen zitten. ‘Het is overigens geen toeval dat de mooiste scène in de eerste aflevering zit, want dat doen de Britten altijd,’ zegt Smit, ‘daar kun je vergif op innemen. Je hoort allerlei verhalen dat het systeem op de Galápagoseilanden is veranderd door de verlegging van de golfstroom en dat de leguanen het daarom niet meer zo goed doen. Op dát verhaal zit ik eigenlijk te wachten. Of neem de eerste aflevering over Christmas Island en die krabben. Heb je twee minuten een krabbenverhaal, wordt er verteld over een mierensoort die erbij is gekomen. Dan denk ik: nú wordt het interessant. Maar dan hoppen ze alweer naar het volgende eiland.’

River dolphin

In de derde aflevering, Jungles, zegt David Attenborough na een minuut of twintig: ‘We have much to discover, about the animals for which this is home. Inclu-ding some, you might never expect to find amongst trees. Here, a thousand miles from the see, are… dolphins. En inderdaad, die nadruk van Attenborough is terecht, dolfijnen, in het bos, echt waar? Maar dan vervolgt hij: ‘If this forest can hide a new species of dolphin, what else might there be here awaiting discovery?’ Geen onterechte vraag natuurlijk, maar iets meer achtergrond bij die rivierdolfijn was best aardig geweest. De kijker blijft met meer vragen zitten dan hij op voorhand had. Zo ook Ruben Smit: ‘Hoe leeft die dolfijn daar, in die uithoeken? Wat eet-ie, wat doet-ie? Waarom is hij pas zo laat ontdekt, en waarom leeft hij juist in dié bossen? Het zijn flinterdunne verhaaltjes – de samenhang ontbreekt volledig. Ik snak naar het grotere verhaal. Dit zijn kleine lekkere hapjes.’

Een belangrijke premisse van Planet Earth is dat de alledaagse struggle for life in beeld wordt gebracht. ‘Maar,’ zegt Smit, ‘het verhaal van die struggle wordt juist indringender wanneer de makers kiezen voor diepgang in plaats van alleen maar mooi materiaal. Wat dat betreft is die leguaan-scène beter, want dan zie je echt hoeveel moeite het kost om daar te leven.’

Kijkers gaan in een natuurdocumentaire altijd een band aan met de dieren, zegt Smit. ‘Je gaat bepaalde eigenschappen van zo’n dier zien: of-ie nou sterk of zwak is, timide of juist macho. Die aanpak, van heel lang heel goed kijken, daar sta ik volledig achter. Maar bij de BBC plakken ze er al snel een label op: dit is een zwakkeling of: dit is juist een heel sterke broeder. En vervolgens worden die eigenschappen met special effects in extremis uitgelicht. Terwijl je niet eens de tijd krijgt om überhaupt iets te voelen bij bijvoorbeeld een luiaard.’

Het verhaal van een strontvlieg, zegt Smit, hoe gewoon die ook is, is net zo spectaculair, als je er maar het juiste verhaal bij vertelt, en hem verbindt met andere dieren uit zijn leefomgeving.

En waarom is Attenborough niet gewoon in beeld, vraagt Smit zich af. Als een gids met autoriteit kan hij de kijker door de aflevering loodsen. Daar koos Smit in zijn documentaire De levende rivier wél voor. Zo wordt de kijker de weg gewezen. Smit waarschuwt: ‘Als we niet oppassen, maken we van natuurproducties een soort natuurkermis. Het enige wat nog ontbreekt zijn nóg veel meer special effects waardoor het net lijkt alsof je naar Mission Impossible 3 zit te kijken.’

 

Champions League vs. Eredivisie

Inderdaad – special effects, want echt niet alles is zo natuurgetrouw als de makers van Planet Earth willen doen voorkomen. De makers filmden veel in terraria – kunstmatige leefomgevingen. Je ziet dan wel de diersoort, maar onder gecontroleerde omstandigheden.

En vlak ook de macht van de montagekamer niet uit. Daar worden aanpassingen gemaakt die de spanning ten goede komen. Want de leguaanscène is vooral zo spannend omdat je dénkt dat het de hele scène om dezelfde leguaan gaat – maar dat is niet zo. Kijk maar eens naar het vlekkenpatroon op de schubben, dat verschilt per shot.

Het is natuurlijk ook niet zo dat de slangen een collectief plan beramen om de leguaan te wurgen; het is één voor allen, allen voor één. En eerlijk is eerlijk: de makers van Planet Earth hadden óók kunnen kiezen voor de leguaan die het niét redde, die dus wél gewurgd werd, en van wie het leven alweer eindigde, voor het goed en wel begonnen was (tip: dit filmpje staat wél op YouTube).

Kortom: bij de leguaanscène – dus ook bij het intro van dit stuk – zijn vraagtekens te plaatsen.

‘Maar begrijp me niet verkeerd,’ zegt Smit. ‘Ik vind de serie in veel gevallen erg mooi, fascinerend zelfs.’ Hij krijgt weleens te horen, via via, dat ze in Engeland met buitengewone belangstelling naar zijn werk kijken. Moet hij ze niet eens bellen, of moeten ze dat zelf maar doen? ‘Dat vind ik te veel eer. Zij spelen Champions League, en wij doen het aardig in de eredivisie.’

Canvas, 7 december, 21:15 uur

[/blendlebutton]