A Fish Called Wanda: een waardige afsluiting van het tijdperk Ealing

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De film A Fish Called Wanda is overbekend, maar alleen cinefielen én de meeste Britten weten dat het een ode is aan de gevierde Ealing Comedies uit de jaren 40 en 50.

De filmkomedie A Fish Called Wanda was zo’n groot succes, in 1988 in de bioscoop en in de afgelopen dertig jaar op video en televisie, dat iedereen die in de vorige eeuw geboren werd hem bijna gezien móet hebben inmiddels. Is dat niet het geval, dan is het deze week tijd dit euvel te verhelpen. Bij terugkijken blijkt de film nog springlevend, bijzonder geestig, slim in elkaar gezet en in de meeste opzichten nauwelijks gedateerd, op wat jammerlijke jaren 80 kleding en kapsels na uiteraard en wat lichtelijk tenenkrommende grappen over homo’s en gehandicapten. De hoofdrollen zijn voor de voormalige Monty Python-leden John Cleese en Michael Palin en de fijne Amerikaanse acteurs Jamie Lee Curtis (Trading Places, True Lies) en Kevin Kline (The Big Chill, The Ice Storm). Plus de goudvis uit de titel, die de sleutel tot grote rijkdom onder de vinnen heeft, en de Britse acteur Tom Georgeson (The Hollow Crown) die de vierde dief George speelt.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Cleese speelt de uiterst Britse, correcte en emotioneel volkomen geblokkeerde advocaat Archie Leach, wellicht zijn beste, meest gave rol naast die van Basil uit Fawlty Towers. De naam van de advocaat is de eerste van vele verwijzingen naar andere Britse films die in A Fish Called Wanda zijn gestopt; Archie Leach is de geboortenaam van een acteur die wij kennen onder zijn pseudoniem Cary Grant. Het overige viertal vormt een Brits-Amerikaans team juwelendieven dat in Londen glorieus zijn slag slaat tijdens een perfect verlopen roofoverval – op die oude vrouw met de drie hondjes na dan – maar na afloop onderling heel erg slaags raakt. In steeds verspringende allianties proberen ze elkaar te slim af te zijn, met als inzet de juwelen die teamlid George inmiddels heeft verstopt voor de anderen, op een hun helaas onbekende plaats. De scherpe dialogen, de liefdevolle sneren naar de Britse (klassen)maatschappij, de razendsnelle plot-wendingen en de warmte van sommige karakters en de juist totale immoraliteit van andere, doen ondanks de aanwezigheid van Palin en Cleese niet zozeer denken aan Monty Python. Wel aan de komedies die vlak na de oorlog gemaakt werden in de Ealing studio’s in het gelijknamige stadsdistrict in Oost-Londen. En dat heeft alles te maken met Charles Crichton, de regisseur en, samen met Cleese, schrijver van A Fish ­Called Wanda.

Charles Crichton (1910-1999) was, toen John Cleese hem na lang aandringen overhaalde voor de regie van zijn project, al erg oud en al heel lang uit de picture in de bioscoop. Hij regisseerde in de decennia vóór Wanda alleen tv-series zoals De Wrekers, Space: 1999 en Dick Turpin. Maar in 1951 stond hij aan het roer van wat nog steeds een van de meest geliefde naoorlogse Britse komedies is, een film die om de zoveel tijd telkens weer door het British Film Institute in roulatie wordt gebracht en al tijden onafgebroken verkrijgbaar is op video, dvd en nu Blu-ray: The Lavender Hill Mob met Alec Guinness. Die film begon eigenlijk waar A Fish Called Wanda eindigt: in Zuid-Amerika, waar de intens keurige bankbediende Henry Holland (Guinness) zich heeft teruggetrokken voor de Britse autoriteiten en zich met een goed glas in de hand herinnert hoe hij, na twintig jaar trouwe dienst als bankbediende, in zijn geboorteland uit het niets besloot om met een aantal handlangers de goudstaven te stelen die al twee decennia door zijn betrouwbare handen gingen. Henry Holland was vóór hij los ging net zo respectabel en aimabel als Archie Leach en daarna net zozeer bevrijd van zijn Britse keurslijf, zonder zijn afkomst totaal te verloochenen. Want dat was een kenmerk van de Ealing Comedies; de subversiviteit is vaak mild, het afzetten tegen Britse instituties is scherp maar tegelijk liefdevol en op het einde wordt het vaak toch nog gezellig, net als bij Archie en zijn handlangers.

Wie A Fish Called Wanda naast The Lavender Hill Mob legt, valt meer overeenkomsten op. Verwijzingen, zoals de Eiffeltoren in Wanda die verwijst naar de tot vele Eiffeltorentjes omgesmolten goudstaven uit The Lavender Hill Mob. Maar vooral de zeer knappe ‘dichtheid’ van het script, dat dialogen en steeds radicaal veranderende situaties – soms grenzen de films aan slapstick – aan elkaar rijgt in niet aflatend tempo. De mooi afgeronde karakters – ook de bijfiguren zijn vastomlijnd en hoewel cartoonesk, toch nooit van bordkarton – en de afwisseling van echte menselijke warmte met echte menselijke wreedheid of immoraliteit. Want hoewel je in Ealing-films nooit bloed zag, vielen er wel doden. In Wanda moeten vooral dieren het ontgelden – dat was in de Ealing hoogtijdagen dan weer ondenkbaar geweest – maar in bijvoorbeeld The Ladykillers (1955) hebben vijf dieven (onder wie Alec Guinness en Peter Sellers) het voorzien op een arm klein vrouwtje (vergelijkbaar met het geplaagde besje met de honden in Wanda) en worden mensen op hun hoofd geslagen en van gebouwen gegooid. Ook The Ladykillers is in de Angelsaksische wereld overbekend – in 2004 regisseerden Joel en Ethan Coen (Fargo, The Big Lebowski) een moderne versie met Tom Hanks in de hoofdrol – maar hier net als andere klassieke Ealing Comedies als The Man in the White Suit en Whisky Galore richting vergetelheid gesukkeld en in veel gevallen slechts op import dvd’s te verkrijgen. Dat is jammer, want bijvoorbeeld Kind Hearts and Coronets (1949), de zwartste aller Ealing Comedies waarin de kwade adellijke verschoppeling Louis zich een weg moordt door maar liefst acht Alec Guinnessen die al Louis’ verafschuwde familieleden speelt, is ontzettend hilarisch en nog steeds messcherp, hoewel het ambachtelijke en formele filmmaken van toen misschien niet zozeer gedateerd, als wel ouderwets aandoet.

In die zin is A Fish Called ­Wanda ook ouderwets. De film lijkt meer op de wat luchtiger Ealing-films dan op Kind Hearts and Coronets, maar je ziet hetzelfde vakmanschap en dezelfde gekke mix van scherpe en juist lieve humor. Daarmee is A Fish Called Wanda, hoewel formeel geen Elaing-film, toch een waardige afsluiting van het tijdperk Ealing. Het vervolg Fierce ­Creatures uit 1997 moest het zonder regisseur Charles Crichton doen en is veel minder ‘Ealing’ en ook véél minder leuk. 

A Fish Called Wanda, maandag 2 juli, Net 5, 23:05 uur

Klassieke misdaadkomedie uit 1988 met John Cleese als stijve Britse advocaat.

Lees ook