Wit is ook een kleur

2Doc: Wit is ook een kleur

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Sunny Bergman onderzoekt in Wit is ook een kleur in hoeverre blanke Nederlanders zich bewust zijn van hun kleur – en hoe problematisch wit zijn kan zijn.

Sunny Bergman onderzoekt in Wit is ook een kleur in hoeverre blanke Nederlanders zich bewust zijn van hun kleur – en hoe problematisch wit zijn kan zijn.

Halverwege de documentaire Wit is ook een kleur moeten kinderen (tussen vier en zeven jaar oud) kiezen tussen een blanke en een donkere babypop, of tekeningetjes van witte en donkere kindjes. Welk jongetje is het slimst? En het mooist? Welk jongetje is het stoutst? Welk kindje is de baas? Welk kindje krijgt het meeste straf of wie haalt de hoogste cijfers op school?
De zelfbenoemde progressieve ouders van de kinderen (met verschillende huidskleuren) zien later terug hoe kinderen de niet-sociaal-wenselijke antwoorden geven: de donkere kindjes zijn het stoutst, krijgen het meeste straf, de blanke pop is het slimst. ‘Je hoopt dat ze zegt: ‘Geen idee wie het domst is, dat weet ik niet want ik heb niet met ze gepraat,’ zegt een moeder. De meeste ouders schrikken behoorlijk van de antwoorden van hun kinderen.

Sunny Bergman, maakster van Wit is ook een kleur (eerder maakte ze onder meer Zwart als roet, de film waarin ze de rol van Zwarte Piet ter discussie stelde), wil maar zeggen: racisme – al dan niet bewust – is overal, ook bij de zogenaamd verlichte hoger opgeleide medemens. ‘Ik wil laten zien dat racisme meer is dan een probleem van PVV-stemmers, dat het idee van westerse en witte superioriteit doordenkt is in onze cultuur en hele manier van denken,’ vertelt ze tijdens de eindmontage van de film. ‘Donkere vrienden die opgroeiden in een arme wijk zeggen me wel eens dat ze het makkelijker vinden om te gaan met wat we vroeger de arbeidersklasse zouden noemen. “Dat zijn de mensen met wie we vroeger in de flat woonden, onze ouders deelden dezelfde belangen,” zeggen ze over hen. De subtiele witte superioriteit van hoger opgeleiden is veel moeilijker te constateren, en dus moeilijker om bespreekbaar te maken.’
Racisme is (anders dan vaak wordt aangenomen) dus niet per definitie een kwestie van opleiding. Lees bijvoorbeeld het artikel ‘Wat we niet zien’ van Rob Wijnberg eens terug in De Correspondent, toch niet de spreekbuis voor populistisch Nederland. Bergman: ‘Wijnberg schreef daarin: “Ik zie geen kleur” – waarmee hij eigenlijk de ervaring van veel donkere Nederlanders ontkent die wel degelijk merken dat mensen hen anders behandelen. Als De Correspondent destijds een diverse redactie had gehad, had iemand kunnen zeggen dat hij dit niet zo kon opschrijven. Later is hij volgens mij wel teruggekomen op dit stuk, trouwens.’
Dat witte Nederlanders in hun dagelijks leven geen racisme ervaren, wil niet zeggen dat het er niet is, stelt Bergman. ‘Mensen associëren racisme met de Ku Klux Klan of de dood van Kerwin Duinmeijer (in 1983 op vijftienjarige leeftijd doodgestoken door een skinhead, red.). Dat zijn extreme gevallen, en daarmee wil natuurlijk niemand zich vereenzelvigen. Dus daarom reageren witte mensen vaak zo defensief als racisme aangekaart wordt.’ Moeten we een ander woord voor alledaags racisme introduceren? Om het bespreekbaar te maken? ‘Ik heb zelf de wijsheid ook niet in pacht, maar moeten we zacht taalgebruik introduceren om rekening te houden met de gekwetste gevoelens van witte Nederlanders? Bepaald gedrag is wel onderdeel van een patroon, een glijdende schaal. Racisme begint bij uitsluiting, bij foute grapjes.’

En toch: dat er een diepgeworteld probleem bestaat met racisme in Nederland, zal niet iedereen beamen. Aan het begin van de film vraagt Bergman aan een stel witte Amsterdammers-in-bootjes-met-wijn in de grachten: hoe is het om wit te zijn? De mensen begrijpen de vraag aanvankelijk niet, of denken dat ze de vraag niet goed hebben verstaan. Of ze krijgen deze vraag: ‘Hebben jullie het gevoel dat witte mensen goed integreren in Nederland?’ Wit is de nulvariabele, de gewone kleur, daar ís niets aan, luidt impliciet het antwoord. Precies dat zorgt ervoor dat diezelfde witte Nederlanders hun eigen wereld als uitgangspunt nemen – logisch dat ze geen probleem in huidskleur zien. Wit is ook een kleur.
Die vraag van integratie van witte Nederlanders is niet toevallig gekozen. ‘Hoger opgeleide witte Nederlanders maken keuzes die segregatie in de hand werken,’ aldus Bergman. ‘Veel van hen kiezen voor een witte school; bij minder dan veertig procent witte leerlingen neemt het aandeel witte leerlingen héél snel af, omdat de school dan als zwarte school te boek staat bij ouders. Daar willen ze hun kinderen niet hebben. Ook de plek die witte mensen kiezen om te wonen leidt tot een witte bubbel. Veel van hen willen misschien wel een diverse vriendengroep, maar ze maken keuzes in hun leven waardoor ze bijna alleen witte mensen ontmoeten.’
Dat de film voor de VPRO is gemaakt, op NPO 2 (en daarmee een groep potentiële Nederlanders uitsluit die nooit een documentaire op NPO 2 kijkt) hoeft dus niet echt een probleem te zijn. ‘Misschien bereik ik inderdaad meer GroenLinks of D66-stemmers dan PVV’ers met de film. Maar heel veel mensen hebben nooit nagedacht over hun eigen witheid, en wat die kleur betekent in relatie tot anderen. Ik zou het al goed vinden als daar verandering in komt. ’
De progressieve kijkers zullen zich ook aangesproken voelen bij de scène met de jonge kinderen. Driekwart van die kinderen kiest namelijk steeds het blanke kind wanneer naar positieve eigenschappen wordt gevraagd, en zwarte bij negatieve. Terwijl negentig procent van de ouders die meededen, aangaven linksgeoriënteerd te zijn. ‘Als je niet specifiek iets doet, als je niet bewust bent dat de beeldvorming zo positief doorslaat naar wit, dan krijg je kinderen die hetzelfde reproduceren. Dus moet je interventies plegen,’ aldus hoogleraar Philomena Essed, expert op het gebied van alledaags racisme, in de film. ‘Ik probeer kleurenblind op te voeden,’ zoals een vader in Wit is ook een kleur zegt, is dus níet de oplossing. Daarnaast: een training waarin mensen die nu aan de macht zijn worden gewezen op hun eigen witte blik of vooringenomenheid, zou óók al een hoop schelen, denkt Bergman (op vpro.nl de complete registratie van de training, in de documentaire zelf fragmenten eruit).

Oh, nog een ding over racisme om ons heen, en dan vooral over racisme op televisie. Dat tv-programma De braboneger verkaast?! hè. Bergman: ‘Alle stereotypes zijn daarin meegenomen. Ik ken níemand in mijn omgeving die gelukkig is met dat programma. En die titel: het n-woord. Bij de publieke omroep?!’
Onhandig?
‘Problematisch.’

NPO 1, 18 december, 21:05 uur.