Frans Klein (NPO) filosofeert over de toekomst van tv

De toekomst van tv (5, slot): NPO-voorman Frans Klein filosofeert over de toekomst van tv in het algemeen – en over die van de NPO in het bijzonder.

Ik neem aan dat je de hele dag nadenkt over de toekomst van tv. Nou ja, de hele dag is wat overdreven, maar we hebben er wel een filosofie over.

Vertel. Op de middellange termijn zullen op NPO 1, 2 en 3 – onze lineaire kanalen – steeds meer tijdgebonden programma’s gekeken worden. Dat zijn programma’s die je live wil zien. Dat geldt overigens voor méér dan alleen sport en nieuws.

Een talkshow is ook een programma dat je live wil zien. Ja. Met elkaar kijken, hetzelfde meemaken. Natuurlijk spelen daar de grote evenementen een rol in: The Passion, 4 en 5 mei. Maar ook verslaggeving bij een ramp.
Dat is eigenlijk vooral het model van NPO 1 toch? Nou, voor een deel ook NPO 3. Maar met NPO 1 brengen we de grote blockbusters, programma’s die een groot publiek trekken.

En NPO Start, dat onlangs op internet is begonnen? Daar zie je meer de tijdloze programma’s: drama, documentaires en kinderprogramma’s. Vooral in het maken van documentaires en kinderprogramma’s zijn we heel goed. Bij drama en fictie is de lat hoger gelegd, door de internationale markt. Daar zullen we nog een stap moeten maken.

Bij drama zijn verschillen in budget zó groot. Het budget voor kostuumdrama The crown op Netflix was 110 miljoen euro. Voor één serie. Een krankzinnig groot verschil met het budget van een NPO-serie. Maar wij zijn een Néderlandse publieke omroep. Met nadruk op Nederlands dus. Dat is een belangrijk voordeel. Zowel met taal, maar ook in themakeuze en belevingswereld. En wat betreft de mensen die het spelen.

Acteurs en personages waarmee je je kunt identificeren. Precies. Daarnaast is Nederland bij uitstek een zéér competitieve markt. Dat heeft ons heel inventief gemaakt. Als ik zie hoe wij kunnen toveren met geld – met grenzen, want ik zie wel dat we een kwaliteitsprobleem hebben. Maar neem Klem. De uitstraling, de production value, en hoe we het vervolgens financieren… Mijn Europese collega’s vinden het echt wonderlijk, hoe wij dat hier doen. Als de dijken breken, ook zoiets. Ik mag geen bedragen noemen, maar denk dat zoiets grosso modo twee, drie ton kost. Daar maken ze internationaal dit soort producties echt niet voor. Maar ik blijf zeggen, samen met NPO-bestuursvoorzitter Shula Rijxman: we hebben extra geld nodig. En dan gaat het over vijftig miljoen euro.

Maar de verschillen in budget tussen NPO en bijvoorbeeld Netflix zijn zó extreem. Kun je dan met 50 miljoen de kwaliteit zó opschroeven? Dat denk ik wel. Wij kunnen wonderen verrichten met zo’n bedrag.

Je hebt het over identificatie, maar ik kijk ook heel vaak tv-drama om me te verwonderen. Om me te vergapen. Daarvoor heb je toch echt cash nodig? Ja. Voor een deel kunnen wij ook niet letterlijk die werelden creëren die bijvoorbeeld Netflix vanwege hun investeringskracht op het bord kan spelen. Dáár moeten wij het ook niet van hebben. Daarom moeten wij vanuit onze Nederlandse cultuur en zeggingskracht blijven vernieuwen. Maar wel binnen de productiemogelijkheden die we hebben. En dat zal voor ons altijd woekeren blijven. Als je nou zegt: versla je ze in beeldkracht? In de enorme waarde die je laat zien?

…met vergaap-tv. Dat gaat niet lukken. Maar voor een deel is dat al langer zo. Wij konden geen James Bond-film maken.

Toen concurreerde je met de ­bioscopen. We naderen elkaars speelveld, ik redeneer dat niet weg. Maar juist omdat het zó dichtbij en zó toegankelijk is geworden, moeten wij ons de vraag stellen: hoe onderscheiden wij ons? Met vergaap-tv zullen we voor een deel verliezen. Ik zag het vijfde seizoen House of cards; je vergaapt je inderdaad voor een deel, maar het is ook wel érg op afstand. Het gaat niet over mij. Alles wat wij bij de NPO vertellen, heeft een soort nabijheid. En dat moet onze kracht worden.

Oké, je hebt dus de programma’s die je nú moet kijken op de lineaire zenders, en de tijdloze programma’s on demand. Wat doe je met programma’s die daarbuiten vallen? Met Filemon slaat door bijvoorbeeld? We proberen over en weer te verwijzen. Je ziet nu nog dat die lineaire kanalen grote etalages zijn. Die gebruiken wij ook, in dit voorbeeld door Filemon in de etalage te zetten.

Dan ga je er wel vanuit dat dat kán, maar jullie nieuwe dienst heet NPO Start. Kennelijk begint dáár je avondje video. Daar gaat helemaal geen lineair programma met Filemon Wesselink aan vooraf. De moderne mens is een veelvraat. Die kijkt on demand, lineair, mobiel. Wij weten dat je elkaar altijd op verschillende plekken treft.

Oké, we treffen elkaar, bijvoorbeeld op social media. Maar ik kan fragmenten van NPO-programma’s nu niet in m’n Facebook-tijdlijn plaatsen. Ik moet steeds naar het NPO-platform om een programma te kunnen zien.  Maar dat gaat wel veranderen. Dat móet. We werken er zelfs aan dat je de programma’s kunt downloaden. We gaan dit natuurlijk wel door ontwikkelen. Maar als we eindeloos blijven bouwen aan het platform voordat we echt gaan beginnen, hebben we het momentum gemist.

Het is dus nog een technische hobbel? Het is geen NPO-beleid om steeds alles via de NPO-site uit te serveren? Het heeft met rechten te maken, het is een technisch verhaal en er speelt nog iets mee: het moet wel zo gemaakt worden dat je altijd ziet dat het een NPO-programma is.

Over een halfjaar is dat geregeld? Ik zit met allerlei rechtenorganisaties. Iedereen ziet dat dit onomkeerbaar is, maar iedereen probeert nu ook z’n huid zo duur mogelijk te verkopen. Als ik nu zeg dat het er over drie maanden is, zet ik mezelf klem.

Nog zoiets: als ik nu een fragment van ‘Pauw’ terug wil kijken, word ik via Google naar YouTube gesluisd. Daar heeft een fan, niet de NPO, het fragmentje online gezet.  Ja.

De publieke omroep is van ons allemaal, dus als een fragment op die manier wordt gedeeld, is dat natuurlijk goed nieuws. Maar het is vreemd. In zulke gevallen zullen we uitgekiender moeten zijn. Je weet dat er tv-momenten zijn die veel aandacht vangen. Dan moet je je ook snel bewegen naar die platforms. Die ruimte moet je ook geven. Iedereen zegt: joh, zet alles op YouTube, de NPO is ouderwets en achterhaald. Prima, maar willen we het risico lopen om opgesloten te worden in Facebook en YouTube? We gaan bij YouTube namelijk niet over de wijze waarop we in de etalage worden gezet. Daarnaast financiert de overheid ons voor de lineaire kanalen. Op de snelheid om in te spelen op digitale ontwikkelingen, hebben we nog wel een slag te winnen.

Staatssecretaris Sander Dekker (OCW) zei in de vorige editie van de VARAgids: laat de NPO eerst maar eens een digitale visie presenteren voordat ik de portemonnee trek. Dat is wel een dooddoener. Bij ontwikkelingen moet je soms ook meedoen, om te ontdekken. Om te ervaren. In 2003 hebben we Uitzending Gemist op de markt gebracht. Vér voordat andere partijen dit deden, wereldwijd. Ik was daar niet bij betrokken, dus ik kan het wel zeggen: dat was visionair. Misschien wel zó visionair, dat de mensen die het ontwikkelden, dat toen nog niet eens wisten. Je kunt zo’n route niet van tevoren plannen en maakbaar maken, zoals Dekker wil. Dat werkt niet. Je moet een beeld hebben, een richting. Die hebben we.

In Frankrijk moet Netflix een deel van de winst afstaan en Franse producties op de startpagina plaatsen. Is dat voor Nederland ook een goed idee? In Amerika gaat ongeveer tachtig procent van het online reclamebudget naar Facebook en Google. Je ziet hier een soortgelijke trend. Je zou de markt z’n werk kunnen laten doen, zoals veel mensen willen. Maar in een Europese markt geldt: daar waar er excessen zijn, moeten we de markt reguleren.

En dat is het geval. Ja. Dus mensen die alles aan YouTube en Facebook willen weggeven, ondergraven het eigen model. Dat men iets van die enorme opbrengsten die met name Amerikaanse partijen halen terug wil zien in de Europese markt, begrijp ik wel.

Iets anders: NPO 3. Eens in de zoveel tijd keert de discussie terug over de vraag: moeten we daarmee door? Nou zien we de kijkers van lineair naar online verschuiven, en bij jongeren gaat dat sneller. Is dat dan een realistisch toekomstscenario?  Vanuit mijn eigen overtuiging: NPO 3 is by far de belangrijkste kweekvijver van publieke content.

Maar online kun je die kweekvijver ook organiseren. Ja. Maar je ziet dat NPO 3 ook veel kinderen bereikt. Je ziet een gat ontstaan in de leeftijd twaalf tot twintig. Maar daarna hebben we echt wel binding met NPO 3 bij de jongvolwassenen, zeker als ze een ander soort levensstijl tegemoet gaan. Als ze een gezin stichten bijvoorbeeld. Ik twijfel totaal niet aan het bestaansrecht van de zender.

Bij de BBC is BBC Three opgeheven en hebben ze voor jongeren alle kaarten op online ingezet. Met een enorm verlies aan bereik in de jongerendoelgroep als gevolg. Ik heb daar wel mensen bij de BBC over gesproken, ze zijn daar echt van geschrokken. Ik durf te voorspellen dat ze die strategie gaan heroverwegen. Dat ze daar gewoon weer met een lineair kanaal terugkomen.